-
1 jaarlijks
2 [per jaar, over het gehele jaar] annual ⇒ yearly, 〈 over het gehele jaar ook〉 over the year, 〈 geldzaken ook〉 per annum/year♦voorbeelden: -
2 periodiek
periodiek11 [uitgave, tijdschrift] periodical ⇒ 〈 jaarlijks ook〉 annual, 〈 maandelijks ook〉 monthly, 〈 wekelijks ook〉 weekly, 〈 driemaandelijks ook〉 quarterly2 [salarisverhoging] increment————————periodiek2♦voorbeelden:aan periodieke onthouding doen • use the rhythm methodhet komt periodiek terug • it recurs at (certain) intervalsperiodiek terugkerende ziekten • recurrent illnessesII 〈 bijvoeglijk naamwoord〉1 [scheikunde] periodic(al)♦voorbeelden: -
3 inventaris
3 [juridisch] [lijst van dossierstukken] bordereau4 [aanwezige voorwerpen/goederen] stock (in trade) ⇒ inventory, 〈 van gebouw〉 fittings, 〈 van huis〉 furniture♦voorbeelden:jaarlijks de inventaris opmaken • do annual stock-taking, do an annual stocktakede inventaris opmaken van een archief • calendar archives
Перевод: с нидерландского на английский
с английского на нидерландский- С английского на:
- Нидерландский
- С нидерландского на:
- Английский