-
1 Stein
〈m.; Stein(e)s, Steine〉2 pit, steen♦voorbeelden:1 〈 figuurlijk〉 das könnte einen Stein erbarmen, erweichen • dat zou een stenen hart kunnen vermurwen3 einen Stein schlagen • een stuk, steen slaaneinen Stein setzen • een steen, stuk verplaatsen, een zet doen¶ 〈 informeel〉 bei jemandem einen Stein im Brett haben • bij iemand een wit voetje hebben, bij iemand in de gunst staan〈 spreekwoord〉 wer im Glashaus sitzt, darf andere nicht mit Steinen bewerfen • wie in een glazen huis woont, moet niet met stenen gooien -
2 krachen
krachen♦voorbeelden:es gibt krachenden Frost • het vriest dat het kraaktKanonen krachen • kanonnen bulderenII 〈 overgankelijk werkwoord〉♦voorbeelden:1 heibeien, keet schoppen ⇒ ruzie makenIV 〈 onpersoonlijk werkwoord〉♦voorbeelden:¶ 〈informeel; figuurlijk〉 gleich krachts • (a) straks is mijn geduld op; (b) straks krijg je een pak slaag -
3 pierre
pierre [pjer]〈v.〉1 steen ⇒ gesteente, rots♦voorbeelden:âge de (la) pierre • stenen tijdperkpierre à briquet • vuursteentjepierre à chaux • kalksteenpierre aux fées • reuzensteen, megalietpierre à feu, à fusil • vuursteenc'est une pierre dans ton jardin • die (opmerking) kun je in je zak stekenpierre à plâtre • gipspierre de taille • gehouwen steen, blok natuursteenpierre spéculaire • glimmer, spiegelsteenpierre tombale • grafsteenune pierre à aiguiser • een slijpsteenapporter sa pierre à l'édifice, à l'ouvrage • zijn steentje bijdragenfaire d'une pierre deux coups • twee vliegen in één klap slaanil gèle à pierre fendre • het vriest dat het kraaktjeter la (première) pierre à qn. • iemand de schuld gevenun jour à marquer d'une pierre blanche • een gedenkwaardige dagtomber comme une pierre • als een baksteen naar beneden vallenpierre à pierre • steen voor steen; stukje bij beetjede pierre • van steen, stenen 〈 ook figuurlijk〉un coeur de pierre • een hart van steenses traits s'étaient faits de pierre • zijn, haar gezicht stond strakdur comme une pierre, comme la pierre • keihard, bikkelhardpierre (précieuse) • edelsteenmalheureux comme les pierres (du chemin) • diep ongelukkig————————pierre (précieuse)f1) steen2) edelsteen -
4 il gèle à pierre fendre
il gèle à pierre fendre -
5 es friert Stein und Bein
Wörterbuch Deutsch-Niederländisch > es friert Stein und Bein
-
6 es gibt krachenden Frost
Wörterbuch Deutsch-Niederländisch > es gibt krachenden Frost
Перевод: со всех языков на нидерландский
с нидерландского на все языки- С нидерландского на:
- Все языки
- Со всех языков на:
- Все языки
- Английский
- Нидерландский
- Французский