-
1 ballottage
ballottage [baalottaazĵ]〈m.〉♦voorbeelden:être, se trouver en ballottage • niet het vereiste aantal stemmen behaald hebben 〈 in de eerste ronde〉 -
2 scrutin de ballottage
scrutin de ballottage
Перевод: с французского на нидерландский
с нидерландского на французский- С нидерландского на:
- Французский
- С французского на:
- Нидерландский