-
1 hem
♦voorbeelden:dit boek is van hem • this book is hisvrienden van hem • friends of his¶ zij was hem, nu ben jij hem • she was it, now you're itdaar zit het hem niet (in) • that's not the reasondat is het hem nu juist, daar gaat het hem om • that's just it/the point -
2 hem
pron. him, specific male; to a specific male -
3 hem hebben zitten
hem hebben zittenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > hem hebben zitten
-
4 hem is niets heilig
hem is niets heiligVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > hem is niets heilig
-
5 hem komt alle eer toe
hem komt alle eer toeVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > hem komt alle eer toe
-
6 hem restte niets meer dan …
hem restte niets meer dan …there was nothing left for him but to …Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > hem restte niets meer dan …
-
7 hem treft geen blaam
hem treft geen blaamVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > hem treft geen blaam
-
8 hem was de eer voorbehouden
hem was de eer voorbehoudenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > hem was de eer voorbehouden
-
9 hem was een woning toegezegd
hem was een woning toegezegdVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > hem was een woning toegezegd
-
10 ik zal hem iets geven dat hem zal heugen
ik zal hem iets geven dat hem zal heugenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > ik zal hem iets geven dat hem zal heugen
-
11 ik zou hem/haar niet kennen al zou ik over hem/haar vallen
ik zou hem/haar niet kennen al zou ik over hem/haar vallenI wouldn't know him/her from AdamVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > ik zou hem/haar niet kennen al zou ik over hem/haar vallen
-
12 dat gaat buiten hem om
dat gaat buiten hem omVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > dat gaat buiten hem om
-
13 dat is echt iets voor hem
dat is echt iets voor hemVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > dat is echt iets voor hem
-
14 dat zal hem zuur opbreken
Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > dat zal hem zuur opbreken
-
15 het angstzweet brak hem uit
het angstzweet brak hem uit————————het angstzweet brak hem uitVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > het angstzweet brak hem uit
-
16 het huilen stond hem nader dan het lachen
het huilen stond hem nader dan het lachen————————Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > het huilen stond hem nader dan het lachen
-
17 het zit hem niet mee
het zit hem niet meethings are not going his way, he's not having much luck————————het zit hem niet meeVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > het zit hem niet mee
-
18 ik hoor het hem nog zeggen
ik hoor het hem nog zeggen————————ik hoor het hem nog zeggenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > ik hoor het hem nog zeggen
-
19 ik lust hem rauw
Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > ik lust hem rauw
-
20 net iets voor hem
net iets voor hemVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > net iets voor hem
См. также в других словарях:
hem — hem … Dictionnaire des rimes
hem — hem·a·chate; hem·a·tin; hem·a·tin·om·e·ter; hem·a·tite; hem·a·tit·ic; hem·a·to·blast; hem·a·to·cele; hem·a·to·chrome; hem·a·to·col·pos; hem·a·to·cryal; hem·a·to·cyte; hem·a·tog·e·nous; hem·a·to·gone; hem·a·to·lite; hem·a·to·log·ic;… … English syllables
hem — [ ɛm; hɛm ] interj. • XVIe; onomat. ♦ Interjection servant à appeler (⇒ hé, holà), à interroger (⇒ hein), à exprimer le doute, un scepticisme moqueur, certains sous entendus (⇒ hum). « Hem ? quoi ? que voulez vous ? » (Marivaux). ♢ Onomatopée… … Encyclopédie Universelle
hem — 1. (hèm ) interj. 1° On s en sert pour appeler. Hem, hem, venez çà. 2° On s en sert aussi pour interroger. • As tu l effronterie de m assurer que tu n as rien vu ? hem ! réponds, parle, HAUTEROCHE le Coch. 3. • Beau père, ainsi je crois… … Dictionnaire de la Langue Française d'Émile Littré
Hem — Escudo … Wikipedia Español
Hem — Hem, v. t. [imp. & p. p. {Hemmed}; p. pr. & vb. n. {Hemming}.] 1. To form a hem or border to; to fold and sew down the edge of. Wordsworth. [1913 Webster] 2. To border; to edge [1913 Webster] All the skirt about Was hemmed with golden fringe.… … The Collaborative International Dictionary of English
Hem — bezeichnet: eine Gemeinde in der französischen Region Nord Pas de Calais, siehe Hem (Nord) eine Ortschaft in der Skive Kommune in Dänemark, siehe Hem (Dänemark) eine Band aus Brooklyn, New York City, siehe Hem (Band) Hem ist der Familienname… … Deutsch Wikipedia
hem — HEM, hemuri, s.n. Nucleu al hemoglobinei şi al altor pigmenţi respiratori celulari, de care se leagă un ion de fier. – Din fr. hème Trimis de gall, 13.09.2007. Sursa: DEX 98 hem s. n., pl. hémuri Trimis de siveco, 10.08.2004. Sursa: Dicţionar… … Dicționar Român
hem — hem1 [hem] n. [ME < OE, akin to MLowG ham, enclosed piece of land < IE base * kem , to compress, impede > HAMPER1] 1. the border on a garment or piece of cloth, usually made by folding the edge and sewing it down 2. any border, edge, or… … English World dictionary
Hem — Hem, v. i. [[root]15. See {Hem}, interj.] To make the sound expressed by the word hem; hence, to hesitate in speaking. Hem, and stroke thy beard. Shak. [1913 Webster] … The Collaborative International Dictionary of English
Hem — Hem, n. [AS. hem, border, margin; cf. Fries. h[ a]mel, Prov. G. hammel hem of mire or dirt.] 1. The edge or border of a garment or cloth, doubled over and sewed, to strengthen it and prevent raveling. [1913 Webster] 2. Border; edge; margin. Hem… … The Collaborative International Dictionary of English