-
1 opgeven
4 [aanmelden] enter5 [braken] bring up, spit♦voorbeelden:1 zijn staatsburgerschap/nationaliteit opgeven • renounce one's citizenship, give up one's nationalityzijn studie opgeven • give up/abandon one's studies, drop outzijn vooroordelen opgeven • give up one's prejudiceseen zieke opgeven • give up a patienthet roken moeten opgeven • have to give up smokingalles opgeven • give it all up, give up everythinghet opgeven • give up/in; throw in the towel/the sponge 〈 ook boksen〉geef je het op? • (do you) give up?(het) niet opgeven • not give in/up, hang onniet willen opgeven • refuse to give in/upje moet nooit/niet te gauw opgeven • never say diezijn inkomsten opgeven aan de belasting • declare one's income to the tax inspectorzou u uw naam willen opgeven • would you mind leaving your name?een prijs opgeven voor • state a price forzijn inkomsten te hoog/te laag opgeven • overstate/understate one's incomezijn leeftijd verkeerd opgeven • misstate one's ageals reden opgeven • give/state as one's reasoneen opgegeven boek • a set booksommen opgeven • give sumseen telegram opgeven • send a telegramzij hebben zich al opgegeven (voor …) bij mevrouw NN • they have given their names to Mrs N.N. (for …)zich opgeven voor een cursus/examen • enrol/sign up for a course, enter/put in for an examals vermist opgeven • report (as) missing1 [roemen] 〈zie voorbeelden 1〉♦voorbeelden: -
2 het roken moeten opgeven
het roken moeten opgevenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > het roken moeten opgeven
-
3 laten
1 [achterwege laten] omit, keep from3 [achterlaten] leave4 [ergens in bergen] put6 [toestaan, dulden] let, allow7 [veroorzaken, + actief object] let8 [veroorzaken, + passief object] let (be)♦voorbeelden:het doen en laten • all one's actionsdoe wat je niet laten kunt • it's up to youlaat dat! • stop that!hij kan het niet laten • he can't help (doing) itlaat maar! • never mind!wil je dat wel eens laten! • will you stop doing that!iemand alleen laten • leave someone aloneiemand ergens buiten laten • leave someone out of somethingiemand erdoor laten • let someone passdaar zullen we het bij laten! • let's leave it at that!3 waar heb ik dat potlood gelaten? • where did I leave/put that pencil?4 waar moet ik het boek laten? • where shall I put/leave the book?waar laat die jongen al dat eten? • where does that boy put all that food?leven en laten leven • live and let liveik heb mij laten vertellen • I've been told, it's been suggested to me8 iemand laten halen • 〈 bijvoorbeeld de huisarts〉 send for someone; 〈 bijvoorbeeld van het station〉 have someone fetchedzich laten leiden • let oneself be guidedII 〈 hulpwerkwoord〉1 [met betrekking tot wenselijkheid, aansporing] let2 [met betrekking tot mogelijkheid] let3 [in uitroepen] 〈zie voorbeelden 3〉♦voorbeelden:laten we niet vergeten, dat … • don't let us forget that …2 laat ze rijk zijn, royaal is ze niet • she may be rich, but she's not generous3 laat hij het nu nog doen ook! • (and) he actually did it! -
4 denken
♦voorbeelden:1 het doet denken aan • it reminds one of …dit doet sterk aan omkoperij denken • this savours strongly of briberyik zat net te denken • I was just thinkingwaar zit je aan te denken? • what's on your mind?er anders over gaan denken • change one's mind (about it)denk er nog eens over • give it some more thought, think it overik denk er niet aan • I wouldn't dream of itik moet er niet aan denken • I can't bear to think about itdenk er (maar eens) om! • don't forget!ik denk er net zo over • I feel just the same about itik zal eraan denken • I'll bear it in mindnu ik eraan denk • (now I) come to think of itdenk erom dat het niet weer gebeurt • mind that it doesn't occur againeven denken, hoor • let me seehardop denken • think aloudmin denken over • take a dim view ofaan iets/iemand denken • think/be thinking of something/someoneik probeer er niet aan te denken • I try to put it out of my mindlaten we er niet meer aan denken • let's forget about itik moest er steeds maar aan denken • I couldn't get it out of my headzonder te denken aan het gevaar • without realizing the dangerdaar heb ik geen moment aan gedacht • that never (even) crossed my mind; 〈 vergeten〉 I forgot all about itjij kan alleen maar aan geld denken • all you can think of is moneydaar denken wij in de verste verte niet aan • nothing could be further from our thoughtshij dacht nooit aan zichzelf • he never thought of himselfiemand aan het denken zetten • set someone thinkingik dacht bij mezelf • I thought/said to myselfdenken in geld • think in terms of moneydenk om je hoofd • mind your headals je er goed over denkt, dan … • when one comes to think of it, (then) …er verschillend/anders over denken • take a different view (of the matter)zij denkt er nu anders over • she feels differently (now)stof tot denken geven • give (someone) food for thoughtdat had ik niet van hem gedacht • I should never have thought it of himdat geeft te denken • that makes you thinkwat denk je ervan? hoe denk je erover? • well, what do you think?ik denk er ernstig over om … • I'm seriously thinking of …¶ geen denken aan! • it's out of the question!II 〈 overgankelijk werkwoord〉♦voorbeelden:zou je (dat) denken? • (do) you (really) think so?wat denk je ervan? • what do you think (about/of it)?het zijne ervan denken • have one's own ideas about itwat dacht je van een ijsje? • what would you say to an ice cream?dat dacht je maar, dat had je maar gedacht • that's what you think! 〈klemtoon op ‘you’〉ik dacht van wel/van niet • I thought it was/wasn'twie denk je wel dat je bent? • (just) who do you think you are?wat denk je (eigenlijk) wel! • who do you think you are?2 wat denk je daarmee te bereiken? • what do you hope to achieve by that?wie had dat kunnen denken • who would have thought it?u moet niet denken (dat) … • you mustn't suppose/think (that) …hij denkt te slagen • he expects to/thinks he'll passdat dacht ik al • I thought sodenk dat maar niet • don't you believe itik heb het altijd wel gedacht • I always thought soik zou denken dat • I'm inclined to think thatdacht ik het niet! • just as I thought!…, denk ik • …, I think/supposede beste arts die men zich maar kan denken • the best (possible) doctorje moet maar denken dat het slechts voor heel kort is • try to remember it is only for a short perioddat laat zich denken • I can imaginedenk eens (aan) • imagine!, just think of it!ik dacht bij mezelf dat … • I thougt/said to myself that …ik had zo gedacht … als jij morgen eens naar B. ging • I was thinking … if you went to B. tomorrow4 wat denk je nu te doen? • what do you intend to do now?III 〈wederkerend werkwoord; zich denken; met een bepaling van gesteldheid〉1 [peinzen] think (oneself), imagine♦voorbeelden:denkt u zich eens in mijn positie • put yourself in my position -
5 werk
2 [plaats] work♦voorbeelden:het betere werk • the right thingzijn werk goed/slecht doen • make a good/bad job of one's workhet grote werk • the big jobgeen half werk doen • not stop at half measures, go the whole hogze houden hier niet van half werk • they don't do things by halves heredat is een heel werk • it's quite a joblos werk hebben • have a casual jobhet is onbegonnen werk • it's a hopeless taskpublieke werken • public workshet vuile werk opknappen (voor iemand) • do the dirty work (for someone)aangenomen werk • contract workeen nieuwe fabriek geeft werk aan 250 mensen • a new factory provides jobs/work for 250 people(vast) werk hebben • have a regular jobhet is zijn werk • it's his businesshij kan het werk niet aan • 〈 te zwaar〉 he isn't up to his work; 〈 te veel〉 he's up to the neck in workveel werk maken van de aankleding van zijn huis • take great pains over the furnishing of one's houseiemand werk opdragen • give someone a task(op school) werk opgeven • give an assignmentwerk zoeken • look for work/employment〈 figuurlijk〉 heb je altijd zo lang werk met het eten klaarmaken • do you always take so long preparing dinner/breakfast/ 〈enz.〉aan het werk gaan • set to workaan het werk houden • keep goingiedereen aan het werk! • everybody to their work!iemand aan het werk zetten • put someone to workhard aan het werk gaan • set to work at full tilt〈 figuurlijk〉 er is werk aan de winkel • there's work to be done, there's a lot to do/to be doneer is weinig werk in de bouw • work is slack in the building tradehoe gaat dat in z'n werk? • how is it done?werk in uitvoering • road workshoe is dat allemaal in zijn werk gegaan • how did it all come abouthet ging allemaal zo razendsnel in zijn werk • it was all such very quick workonder het werk mag er niet gerookt worden • smoking is forbidden at work/during working hourste werk stellen • employ, set to workheel behoedzaam te werk gaan • go very carefullyimpulsief te werk gaan, oneerlijk te werk gaan • act on impulse, act unfairlyieder ging op zijn eigen manier te werk • each took his/her own linezonder werk zitten • be out of work/unemployedniet op zijn werk komen • fail to turn up for work/dutywerk van iemand maken • play up to someonewerk van iets maken • do something about something; take action; 〈 sterker〉 put some work into something; 〈 klacht indienen〉 complain about somethingze wilden er geen werk van maken • they didn't want to take the matter in handalles in het werk stellen • make every effort to, strain every nerve (to), leave no stone unturneddat is geen werk • that's unfair -
6 ophouden
♦voorbeelden:maar daar houdt de overeenkomst op • but here the similarity endsde straat hield daar op • the street ended there(plotseling) doen ophouden • break offdan houdt alles op • then there's nothing more to be said/there's no point in going onsteeds even ophouden • keep stoppingniet halverwege ophouden • go the whole hogplotseling ophouden • break offwaar ben je opgehouden? • where did you leave off?ze hield maar niet op met huilen • she (just) went on and on cryingophouden met gokken/roken • give up/stop gambling/smokinghet is opgehouden met regenen • the rain has stoppedeven ophouden met werken/praten • pause (in one's work/speech)ophouden te bestaan • cease to existzonder ophouden • without stopping, continuouslyhij heeft tien uur zonder ophouden gewerkt • he worked ten hours at a stretchniet van ophouden weten • not know when to stophou op! • stop it!, cut it out!laten we erover ophouden • let's leave it at thatals hij eenmaal begint weet hij niet van ophouden • once he gets going there's no stopping himII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [omhooghouden] hold up3 [openhouden] hold open4 [tegenhouden] hold (up)6 [op het hoofd houden] keep on♦voorbeelden:de schijn ophouden • keep up appearances3 hou die zak eens op • hold that bag open, will you?5 iemand niet langer ophouden • not take up any more of someone's time, not keep someone any longerdoor mist/noodweer opgehouden • fogbound, stormboundhet schip werd opgehouden • the ship was detainedhet verkeer ophouden • hold up/delay trafficdat houdt de zaak alleen maar op • that just slows things downik houd je toch niet op, hè? • I'm not keeping you, am I?ik werd opgehouden • I was delayed/held upIII 〈wederkerend werkwoord; zich ophouden〉♦voorbeelden:zich verdacht ophouden • loiter with intentzich ophouden bij het huis • hang around the housezich in verdachte kringen ophouden • move in dubious circleszich niet met politiek ophouden • not be concerned with politicszich altijd ophouden met • go about with, hang around with
См. также в других словарях:
Smoking in the People's Republic of China — is prevalent, as China is the world s largest consumer and producer of tobacco:[1] there are 350 million Chinese smokers,[1] and China produces 42% of the world s cigarettes.[1] The China National Tobacco Corporation (中国国家烟草公司) is by sales the… … Wikipedia
have to eat your words — have to eat (your) words to be forced to admit that something you said before was wrong. She told me I d never be able to give up smoking, but she had to eat her words … New idioms dictionary
have to eat words — have to eat (your) words to be forced to admit that something you said before was wrong. She told me I d never be able to give up smoking, but she had to eat her words … New idioms dictionary
smoking — smok·ing (smōʹkĭng) adj. 1. Engaging in the smoking of tobacco: smoking passengers. 2. Designated or reserved for smokers: the smoking section of a restaurant. 3. Of or relating to the use of tobacco: corporate smoking policies. * * * Breathing… … Universalium
give — 1 verb past tense gavepast participle given PROVIDE/SUPPLY 1 (T) to provide or supply someone with something: give sb sth: Researchers were given a 10,000 grant to continue their work. | Can you give me a ride to the office on Tuesday? | He went… … Longman dictionary of contemporary English
give — give1 W1S1 [gıv] v past tense gave [geıv] past participle given [ˈgıvən] ▬▬▬▬▬▬▬ 1¦(present or money)¦ 2¦(put something in somebody s hand)¦ 3¦(let somebody do something)¦ 4¦(tell somebody something)¦ 5¦(make a movement/do an action)¦… … Dictionary of contemporary English
give — give1 [ gıv ] (past tense gave [ geıv ] ; past participle giv|en [ gıvn ] ) verb *** ▸ 1 provide someone with something ▸ 2 make someone owner of something ▸ 3 put medicine in someone ▸ 4 cause effect/experience ▸ 5 communicate ▸ 6 perform action … Usage of the words and phrases in modern English
give up — verb 1. lose (s.th.) or lose the right to (s.th.) by some error, offense, or crime (Freq. 9) you ve forfeited your right to name your successor forfeited property • Syn: ↑forfeit, ↑throw overboard, ↑waiv … Useful english dictionary
give up — phrasal verb Word forms give up : present tense I/you/we/they give up he/she/it gives up present participle giving up past tense gave up past participle given up 1) [transitive] to stop doing something that you do regularly His wife finally… … English dictionary
ˌgive sth ˈup — phrasal verb 1) to stop doing something that you do regularly I m trying to give up smoking.[/ex] 2) to allow someone to have something that was yours The new arrangement would mean giving up some of their political independence.[/ex] … Dictionary for writing and speaking English
Smoking pipe (tobacco) — This article is about pipes used for smoking tobacco. For information about the practice of pipe smoking, see Pipe smoking. Parts of a pipe include the (1) bowl, (2) chamber, (3) draught hole, (4) shank, (5) mortise, (6) tenon, (7) stem, (8) bit… … Wikipedia