-
1 grenzen
1 [+ aan][tegenaan gelegen zijn] toucher (à)2 [+ aan][figuurlijk]côtoyer (qc.)♦voorbeelden:Nederland grenst in het zuiden aan België • au sud, les Pays-Bas sont limitrophes de la Belgiquedat grenst aan het belachelijke • cela côtoie le ridicule -
2 grenzen verleggen
grenzen verleggen -
3 grenzen aan
aboutir -
4 aan elkaar grenzen
aan elkaar grenzen -
5 alles heeft zijn grenzen
alles heeft zijn grenzen -
6 binnen de grenzen van het mogelijke
binnen de grenzen van het mogelijkeDeens-Russisch woordenboek > binnen de grenzen van het mogelijke
-
7 binnen enge grenzen
binnen enge grenzen -
8 de grenzen sluiten
de grenzen sluiten -
9 hij is beroemd tot ver buiten de grenzen
hij is beroemd tot ver buiten de grenzenDeens-Russisch woordenboek > hij is beroemd tot ver buiten de grenzen
-
10 hun tuinen grenzen aan elkaar
hun tuinen grenzen aan elkaar -
11 natuurlijke grenzen
natuurlijke grenzen -
12 grens
♦voorbeelden:de kritische grens • le seuil critiqueeen natuurlijke grens • une frontière naturellede werkloosheid heeft de grens van 10 procent overschreden • le chômage a franchi la barre des 10 pour centeen grens trekken tussen twee begrippen • marquer la limite entre deux conceptsbinnen de grenzen van het mogelijke • dans les limites du possiblehij is beroemd tot ver buiten de grenzen • il est connu bien au-delà des frontièresover de grens gaan • passer la frontière -
13 beperking
♦voorbeelden: -
14 elkaar
1 [zonder voorzetsel]se⇒ l'un l'autre, réciproquement♦voorbeelden:aan elkaar grenzen • être limitrophebij elkaar • ensemblebij elkaar komen • se réunirbij elkaar op bezoek komen • se rendre visitedie kleuren passen goed bij elkaar • ces couleurs vont bien ensemblealles bij elkaar • somme toutein elkaar • l'un dans l'autrehij heeft drie uur achter elkaar gepraat • il a parlé trois heures d'affiléehij heeft ze niet allemaal bij elkaar • il n'a pas toute sa têtealles ligt door elkaar • tout est en désordrevijf keer na elkaar • cinq fois de suitezij moeten dat onder elkaar maar uitmaken • ils doivent régler cela entre euxonder elkaar • entre soi -
15 eng
1 [gering van wijdte; met weinig tussenruimte] 〈 bijvoeglijk naamwoord〉 étroit; 〈 bijwoord〉 étroitement♦voorbeelden:binnen enge grenzen • dans des limites étroiteseng behuisd zijn • être à l'étroit2 wat doe je eng! • tu me fais peur! -
16 natuurlijk
♦voorbeelden:natuurlijke grenzen • frontières naturelleseen tekening op natuurlijke grootte • un dessin grandeur naturenatuurlijke krullen hebben • boucler naturellementalles gaat natuurlijk toe • tout se passe normalementdit is natuurlijk geschilderd • c'est peint avec beaucoup de naturelmaar natuurlijk! • mais bien sûr!→ link=dood dood -
17 sluiten
1 [dichtmaken; verbieden] fermer2 [opbergen, wegsluiten] enfermer3 [buiten-, uitsluiten] fermer à4 [plaatsen zonder tussenruimte] serrer5 [aangaan] conclure6 [beëindigen; ook handel] arrêter♦voorbeelden:deze deur sluit zichzelf • cette porte se ferme toute seulede deur met de sleutel sluiten • fermer la porte à clef3 iemand buiten de deur sluiten • fermer sa porte à qn.een lening sluiten • contracter un empruntde stoet sluiten • fermer la marcheeen vergadering sluiten • clôturer une réunion1 [dichtgaan] fermer3 [goed geheel vormen] s'accorder4 [afsluiten] fermer (à clef)5 [ten einde lopen] se terminer6 [als einduitkomst hebben] se solder (en, par)♦voorbeelden:een gesloten gezicht • un visage ferméde winkels zijn één dag in de week gesloten • les magasins ferment un jour par semainede vensters sluiten niet goed • les fenêtres se ferment maleng sluitend • très collantde delen sluiten precies in elkaar • les parties s'emboîtent exactement les unes dans les autresde begroting sluitend maken • équilibrer le budgetIII 〈wederkerend werkwoord; zich sluiten〉1 [dicht gaan] (se) fermer♦voorbeelden:
См. также в других словарях:
grenzen — V. (Mittelstufe) eine gemeinsame Grenze mit etw. haben Synonym: stoßen Beispiele: Polen grenzt westlich an Deutschland. Das Haus grenzt direkt an den Bürgersteig … Extremes Deutsch
grenzen — anstoßen; adjazieren; angrenzen; säumen * * * gren|zen [ grɛnts̮n̩] <itr.; hat: 1. eine gemeinsame Grenze mit etwas haben; benachbart sein: Mexiko grenzt an Guatemala; das Wohnzimmer grenzt an die Küche. Syn.: ↑ anschließen an. Zus.: abgrenzen … Universal-Lexikon
grenzen — 1. angrenzen, anrainen, anschließen, anstoßen, benachbart sein, in Nachbarschaft liegen, nebenan liegen, stoßen; (veraltet): adjazieren. 2. ähneln, Ähnlichkeit haben, ähnlich sein, erinnern an, nahekommen, verwandt sein. * * *… … Das Wörterbuch der Synonyme
grenzen — Grenze: Das im 13. Jh. aus dem Westslaw. entlehnte greniz‹e› hat sich von den östlichen Kolonisationsgebieten aus allmählich über das dt. Sprachgebiet ausgebreitet und das heimische Wort 2Mark »Grenze, Grenzgebiet« (s. d.) verdrängt. Poln.… … Das Herkunftswörterbuch
Grenzen — ribos statusas T sritis automatika atitikmenys: angl. boundaries; bounds; limits; ranges vok. Grenzen, f rus. пределы, m pranc. limites, f … Automatikos terminų žodynas
Grenzen der Gemeinschaft — Grenzen der Gemeinschaft. Eine Kritik des sozialen Radikalismus ist eine 1924 verfasste Schrift des deutschen Philosophen Helmuth Plessner. Plessner widmet sich in ihr der Frage nach verschiedenen Formen des menschlichen Zusammenlebens. Hierzu… … Deutsch Wikipedia
Grenzen der Menschheit — Das Zitat ist der Titel eines Gedichts von Goethe. Das Wort »Menschheit« ist wohl zugleich als »Menschsein« und »die Menschen« zu verstehen: »Denn mit Göttern soll sich nicht messen/Irgendein Mensch. ../Was unterscheidet/Götter von Menschen?/ … Universal-Lexikon
Grenzen des Wachstums — Die Grenzen des Wachstums (engl. Originaltitel: The Limits to Growth) ist eine 1972 veröffentlichte Studie zur Zukunft der Weltwirtschaft. Die Studie wurde im Auftrag des Club of Rome erstellt. Donella und Dennis L. Meadows und dessen Mitarbeiter … Deutsch Wikipedia
grenzen — grẹn·zen; grenzte, hat gegrenzt; [Vi] 1 etwas grenzt an etwas (Akk) etwas hat eine gemeinsame ↑Grenze (1,2,3) mit etwas: Sein Grundstück grenzt an den Wald 2 etwas grenzt an etwas (Akk) etwas ist fast mit etwas anderem (und Negativem)… … Langenscheidt Großwörterbuch Deutsch als Fremdsprache
grenzen — grenze … Kölsch Dialekt Lexikon
grenzen — grẹn|zen ; du grenzt … Die deutsche Rechtschreibung