-
1 gelijktrekken
-
2 gelijktrekken
1 [rechttrekken] straighten♦voorbeelden: -
3 gelijktrekken
гл.общ. расправить, разгладить (платье и т.п.) -
4 gelijktrekken
n. straighten, make straight; put in order, make right -
5 de lonen gelijktrekken
de lonen gelijktrekken -
6 een rok gelijktrekken
een rok gelijktrekken -
7 de lonen gelijktrekken
de lonen gelijktrekkenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > de lonen gelijktrekken
-
8 een tafelkleed gelijktrekken
een tafelkleed gelijktrekkenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > een tafelkleed gelijktrekken
-
9 разгладить
vgener. gelijktrekken (платье и т.п.), uitstrijken -
10 расправить
vgener. gelijktrekken
Перевод: с нидерландского на все языки
со всех языков на нидерландский- Со всех языков на:
- Нидерландский
- С нидерландского на:
- Все языки
- Английский
- Русский
- Французский