-
1 gelijktrekken
1 [rechttrekken] straighten♦voorbeelden: -
2 gelijktrekken
n. straighten, make straight; put in order, make right -
3 de lonen gelijktrekken
de lonen gelijktrekkenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > de lonen gelijktrekken
-
4 een tafelkleed gelijktrekken
een tafelkleed gelijktrekkenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > een tafelkleed gelijktrekken
Перевод: с нидерландского на английский
с английского на нидерландский- С английского на:
- Нидерландский
- С нидерландского на:
- Все языки
- Английский
- Русский
- Французский