-
1 erbärmlich
-
2 pitoyable
pitoyable [pietwaajaabl]1 erbarmelijk ⇒ meelijwekkend, beklagenswaardig2 erbarmelijk ⇒ ellendig, slechtadj1) erbarmelijk, meelijwekkend2) ellendig, slecht -
3 déplorable
déplorable [deeplorraabl]1 deerniswekkend ⇒ beklagenswaardig, zielig2 afschuwelijk ⇒ jammerlijk, erbarmelijkadj1) beklagenswaardig, zielig2) erbarmelijk3) spijtig -
4 lamentable
lamentable [laamãtaabl]1 erbarmelijk ⇒ bedroevend, beneden alle peiladj1) erbarmelijk, bedroevend2) klaaglijk, jammerend -
5 triste
triste [triest]1 verdrietig ⇒ treurig, bedroefd2 triest ⇒ naargeestig, troosteloos, somber3 〈alleen bijvoeglijk naamwoord; vóór het zelfstandig naamwoord〉 erbarmelijk ⇒ bedroevend, triest, armzalig♦voorbeelden:————————|lugubre|méchant sterke zoete aperitiefwijnadj1) treurig, bedroefd2) triest, somber3) erbarmelijk, armzalig -
6 piteux
piteux [pieteu]1 erbarmelijk ⇒ zielig, jammerlijk, treurig♦voorbeelden:1 avoir une piteuse apparence • er miserabel uitzien, er beroerd aan toe zijn -
7 достойный сожаления
adjgener. beklagenswaard, beklagenswaardig, betreurenswaard, betreurenswaardig, erbarmelijk, zonde (выражает сожаление или раздражение от напрасно потраченных денег, времени и т.п.)Russisch-Nederlands Universal Dictionary > достойный сожаления
-
8 жалкий
ngener. (о шутке) morbide, ellendig, jammerlijk, miserabel, rampzalig, schunnig, spijtig, treurig, beroerd, armelijk, armhartig, armoedig, armzalig, berooid, deerlijk, erbarmelijk, kaal, klagelijk, kommerlijk, lamentabel, pover, schamel, zielig -
9 презренный
adjgener. ellendig, erbarmelijk, gehaat, veracht, verworpen, vuig -
10 lamentable
adj. betreurenswaardig, beklagenswaardig[ læməntəbl,ləmentəbl] 〈 lamentably〉2 erbarmelijk (slecht) ⇒ jammerlijk, bedroevend (slecht) -
11 pathetic
adj. wekt medelijden op; pathetisch[ pəθettik] 〈 pathetically〉2 zielig ⇒ erbarmelijk, jammerlijk♦voorbeelden: -
12 sorry
adj. betreuren; verdrietig; vol medelijden; lijdend; medelijden opwekkend; pardon (als verontschuldiging)sorry1[ sorrie]♦voorbeelden:II 〈 bijvoeglijk naamwoord, predicatief〉1 bedroefd♦voorbeelden:be/feel sorry for someone • medelijden hebben met iemanddon't feel so sorry for yourself • wees niet zo met jezelf begaanyou'll be sorry • het zal je berouwenI'm sorry for/about that • het/dat spijt me (zeer)→ safe safe/————————sorry21 sorry ⇒ het spijt me, pardon2 wat zegt u? -
13 deplorability
n. betreurenswaardig, beklagenswaardig; erbarmelijk, jammerlijk -
14 deplorableness
n. betreurenswaardig, beklagenswaardig; erbarmelijk, jammerlijk -
15 pitiably
adv. beklagenswaardig; deerniswaardig; jammerlijk; erbarmelijk; zielig -
16 méchant
méchant [meesĵã]1 boos(aardig) ⇒ kwaad(aardig), hard, onaangenaam, gemeen2 slecht ⇒ waardeloos, erbarmelijk♦voorbeelden:être méchant comme le diable, la gale, un âne rouge • zo vals als een kat zijnce n'est pas bien méchant • daar steekt geen kwaad in〈 informeel〉 faire le méchant • driftig worden, zich verzetten→ chien1. m (f - méchante) 2. = méchante; méchantadj1) kwaadaardig, hard, gemeen2) slecht, waardeloos3) stout, ondeugend -
17 ordre
ordre [ordr]〈m.〉1 orde ⇒ volgorde, rangorde, ordening4 categorie ⇒ soort, aard5 bevel ⇒ opdracht, verordening, order6 order ⇒ bestelling, opdracht♦voorbeelden:avoir de l'ordre • ordelijk zijnmanquer d'ordre • slordig zijnmettre de l'ordre • orde scheppenmettre bon ordre à • voorgoed een eind maken aanmettre de l'ordre dans • opruimen, ordenendans l'ordre chronologique • chronologischdans l'ordre d'entrée en scène • in volgorde van opkomstmettre en ordre • opruimen, ordenenen ordre de marche • startklaarpar ordre alphabétique • alfabetisch gerangschiktl'ordre établi • de gevestigde ordene pas avoir d'ordre • geen orde kunnen houdenrappeler qn. à l'ordre • iemand tot de orde roepenrentrer dans l'ordre • weer normaal wordenordre monastique • kloosterorde4 de dernier ordre • erbarmelijk slecht; totaal onbelangrijkchoses de même ordre • soortgelijke dingende premier ordre • eersteklas-affaire de premier ordre • bijzonder belangrijke zaakde second ordre • tweederangsd' ordre général • van algemene aardd' ordre philosophique • op het terrein van de filosofiec'est dans l'ordre des choses • dat is de normale gang van zakendans cet ordre d'idées • in verband hiermeeune inquiétude de cet ordre • een dermate grote onrustordre formel • uitdrukkelijk bevelje n'ai pas d'ordre à recevoir • ik kan mijn eigen boontjes wel doppenà vos ordres! • tot uw orders!être aux ordres de • ter beschikking staan vanjusqu'à nouvel ordre • tot nader orderpar ordre de, sur l'ordre de • in opdracht van6 ordre d'achat • kooporder, bestelformulierprendre des ordres • bestellingen opnemen; bevelen in ontvangst nemenà l'ordre du jour • actueel, in de modem1) orde, volgorde3) genootschap4) categorie5) bevel6) bestelling -
18 piètre
piètre [pjetr]1 pover ⇒ miserabel, erbarmelijk♦voorbeelden:être un piètre convive • de tafel weinig eer aandoenfaire piètre figure • een slecht figuur slaanune piètre santé • een zwakke gezondheidadjarmzalig, miserabel -
19 pitié
pitié [pietjee]〈v.; ook tussenwerpsel〉♦voorbeelden:1 c'est pitié • het is triest, treurigfaire pitié • medelijden wekken(chanter) à faire pitié • erbarmelijk (zingen)prendre qn. en pitié • medelijden krijgen met iemandpar pitié • in 's hemelsnaamsans pitié • meedogenloospitié! • genade!→ enviequelle pitié! • wat pover!fmedelijden, mededogen -
20 à faire pitié
(chanter) à faire pitié
Страницы
- 1
- 2