-
1 belenen
emprunter sur gages -
2 lenen
emprunter, prêter -
3 verpanden
emprunter sur gages -
4 lenen
-
5 ontlenen
-
6 overnemen
-
7 geld lenen
-
8 geld
♦voorbeelden:1 je geld of je leven! • la bourse ou la vie!baar geld • espècescontant geld • (argent) liquidein contant geld • en espècesgemunt geld • numérairemet gepast geld betalen • faire l'appointgrof geld verdienen • gagner grosgroot geld • billetskinderen betalen half geld • les enfants paient demi-tarifklein geld • monnaiepapieren geld • papier-monnaievals geld • fausse monnaiehet volle geld • (le) plein tarifvuil geld • argent gagné malhonnêtementzwart geld • argent noirzijn geld erdoor jagen • brûler la chandelle par les deux boutsergens (veel) geld tegenaan gooien • investir (des sommes folles) dans qc.het geld groeit mij niet op de rug • je ne suis pas Crésushet geld voor het grijpen hebben • rouler sur l'orgeen geld hebben • être sans le souzijn geld erbij inschieten • en être pour son argent〈 figuurlijk〉 iemand geld uit de zak kloppen • soutirer de l'argent à qn.zijn geld er uit krijgen • rentrer dans son argentgeld laten rollen • faire valser l'argentgeld door de vingers laten slippen • ne pas regarder à la dépenseveel geld opleveren • rapporter grosgeld slaan • battre monnaiesmijten met geld • jeter l'argent par les fenêtresgeld in iets steken • placer son argent en, dans qc.er geld op moeten toeleggen • en être de sa pochegeld wisselen • faire de la monnaiebovenop zijn geld zitten • être près de ses souszwemmen in het geld • rouler sur l'orniet goed? geld terug • remboursement garanti en cas de non-satisfactiondik in het geld zitten • être cousu d'ormet zijn geld geen raad weten • ne savoir que faire de son argentom geld vragen • demander de l'argentom geld verlegen zijn • être à court d'argentiets te gelde maken • faire argent de qc.van zijn geld leven • vivre de ses rentesvoor geld • pour de l'argentvoor geen geld ter wereld • pour rien au mondevoor geen geld • à aucun prixtwee voor hetzelfde geld • deux pour le prix d'ungeld als water verdienen 〈 Algemeen Zuid-Nederlands〉 geld als slijk verdienen • faire beaucoup d'argentdat brengt geld in 't laatje • ça fait des soushet geld niet over de balk gooien • ne pas jeter l'argent pas les fenêtres -
9 hebben
1 [algemeen] avoir2 [verdragen] supporter♦voorbeelden:gelijk hebben • avoir raisonmag ik dat potlood even van je hebben? • je peux t'emprunter ton crayon une seconde?〈 zelfstandig〉 iemands hele hebben en houden • toutes les possessions de qn.(het) met iemand te doen hebben • plaindre qn.dagelijks met iemand te doen hebben • avoir journellement affaire à qn.je hebt alleen maar te doen wat ik zeg • tu n'as qu'à faire ce que je te disgeen klagen hebben • ne pas avoir à se plaindremag ik dat hebben? • je peux l'avoir?iets moeten hebben • vouloir absolument qc.van wie heb je dat? • qui t'a dit ça?hoe laat heb je het? • quelle heure as-tu?hoe heb ik het nu, hoe hebben we het nu met elkaar? • que faut-il penser de tout cela?het druk hebben • être très occupéwij hebben het goed met elkaar • nous nous entendons bienhoe heb ik het nu met je? • qu'est-ce que tu me fais là?ik heb het niet uit mijzelf • je ne l'ai pas inventéhebt u nog iets? • d'autres questions?het heeft er veel van dat … • tout porte à croire que … 〈+ aantonende wijs〉men weet niet wat men aan hem heeft • on ne sait jamais à quoi s'en tenir sur son compteiets bij zich hebben • avoir qc. sur soihet in zijn rug hebben • souffrir du doszij hebben iets met elkaar • ils ont une liaisoniets vrolijks over zich hebben • avoir l'air joyeuxiemand tot man hebben • avoir qn. pour marivan wie heeft hij dat? • de qui tient-il cela?veel van iemand hebben • tenir beaucoup de qn.zij heeft het niet van een vreemde • elle a de qui tenirhij heeft er niets op tegen • il n'a rien contreeen klap van heb ik jou daar • une gifle magistrale2 hij kan niet veel hebben • 〈m.b.t. drank〉 il ne supporte guère l'alcool; 〈 vlug overstuur〉 il panique très viteiets kunnen hebben • pouvoir supporter qc.iets niet willen hebben • ne pas vouloir de qc.〈 pejoratief〉 wat moet je (van me) hebben? • qu'est-ce que tu me veux?ik moet er niets van hebben • 〈 niets mee te maken〉 je ne veux pas en entendre parler; 〈 houd er niet van〉 très peu pour moi, mercimoet je net Freek hebben • et c'est à Freek que tu demandes ça?; 〈 dat is dé man〉 oh! alors Freek, c'est l'homme qu'il (te, nous) fautwaar wil je me hebben? • où veux-tu que je me mette?nu kom je waar ik je hebben wil • maintenant tu vois où je veux en venirwat had u gehad willen hebben? • vous désirez?iets zus of zo (gedaan) willen hebben • vouloir (qu'on fasse) qc. de telle ou telle façonwe zullen hem hebben • on l'auradan heb je dat • voilà, c'est ce qui arrivedaar zullen we (zul je) het hebben • il va y avoir du pétarddaar hebben we het (gedonder) • ça y est, voilà les emmerdements qui (re)commencentdaar heb je het al • nous y voilàje hebt ook groene druiven • il y a aussi des raisins verts〈 in opsommingen〉 daar heb je … • (alors) voilà …ik heb niets aan die prullen • cette camelote ne me sert à rienwat zullen we nu hebben • allons bon, quoi encore?daar heb je hem lelijk mee • là tu le tiens biendat heb je ervan • on pouvait s'y attendrede hoeveelste hebben we? • on est le combien aujourd'hui?liever hebben • aimer mieuxhij had het niet meer • il n'en pouvait pluswel heb ik ooit! • a-t-on jamais (vu)!heb je ooit van je leven! • a-t-on jamais vu de la vie!ik heb het niet op hem • je ne l'aime pasik zal het er met hem over hebben • je lui en parleraiik heb het tegen jou • c'est à toi que je parlehem om hebben • être bourré→ link=god godII 〈 hulpwerkwoord〉1 [ter aanduiding van de voltooide tijd bij werkwoorden] avoir ⇒ 〈 met wederkerend werkwoord, sommige werkwoorden die een beweging uitdrukken〉 être♦voorbeelden:gelachen dat we hebben! • qu'est-ce qu'on a ri!hij heeft het weggegeven • il l'a donné -
10 hij kwam quasi iets lenen
hij kwam quasi iets lenenil entra sous prétexte d'emprunter qc. -
11 leentjebuur
♦voorbeelden:¶ hij speelt altijd leentjebuur -
12 lenen
1 [algemeen] prêter (à)2 [te leen krijgen] emprunter (à)♦voorbeelden:1 zich lenen tot, voor iets • se prêter à qc.2 mag ik dit boek van u lenen? • voulez-vous me prêter ce livre?II 〈wederkerend werkwoord; zich lenen〉1 [+ voor][geschikt zijn (voor)] se prêter (à) -
13 mag ik dat potlood even van je hebben?
mag ik dat potlood even van je hebben?je peux t'emprunter ton crayon une seconde?Deens-Russisch woordenboek > mag ik dat potlood even van je hebben?
-
14 ontlenen
1 [overnemen uit; te leen nemen] emprunter (qc. à qc., à qn.)2 [te danken hebben] devoir♦voorbeelden:2 zijn naam ontlenen aan iemand, iets • devoir son nom à qn., à qc.zijn ideeën aan iets, iemand ontlenen • s'inspirer de qc., de qn.¶ waaraan ontleent hij dergelijke pretenties? • sur quoi est-ce qu'il fonde de telles prétentions? -
15 overnemen
1 [in ontvangst nemen] prendre2 [op zich nemen] se charger de3 [navolgen; kopen] reprendre♦voorbeelden:2 het overnemen van iemand • prendre le relais de qn. -
16 quasi
♦voorbeelden:1 de kinderen praatten een soort quasi Chinees • les enfants s'amusaient à parler une espèce de chinoiseen quasi intellectueel • un pseudo-intellectuelhij keek quasi deskundig onder de motorkap • il regarda sous le capot en prenant des airs d'expertquasi verrast • feignant l'étonnementhij kwam quasi iets lenen • il entra sous prétexte d'emprunter qc.quasi slapend hoorde ze alles • faisant semblant de dormir, elle entendait tout -
17 lende
lombes, reins lenen tegen een emprunter sur gages
См. также в других словарях:
emprunter — [ ɑ̃prœ̃te ] v. tr. <conjug. : 1> • v. 1150; « prêter » v. 1125; d une forme pop. du bas lat. impromutuare (VIIe), lat. jurid. promutuum « avance d argent », class. mutuum → mutuel 1 ♦ Obtenir à titre de prêt ou pour un usage momentané.… … Encyclopédie Universelle
emprunter — EMPRUNTER. v. a. Demander et recevoir en prêt. Emprunter de l argent. Emprunter à usure, à gros intérêt. Emprunter un cheval. Emprunter des livres. Emprunter à quelqu un mille écus. J emprunterai cette somme à quelqu un de mes amis. f♛/b] On dit … Dictionnaire de l'Académie Française 1798
emprunter — Emprunter, Petere mutuum, Sumere mutuum, vel alicunde exorare mutuum. Demander à emprunter, {{o=empruntur}} Rogare. Emprunter argent, Mutuas pecunias sumere. Emprunter argent par le moyen d aucun qui respond, Fide alicuius sumere. Sub. argentum,… … Thresor de la langue françoyse
emprunter — EMPRUNTER. v. act. Demander & recevoir en prest. Emprunter de l argent. emprunter à gros interest. emprunter un cheval. emprunter des livres. On dit, que La lune emprunte sa lumiere du soleil, pour dire, qu Elle ne luit point d une lumiere qui… … Dictionnaire de l'Académie française
emprunter — (an prun té) v. a. 1° Obtenir à titre de prêt. Emprunter de l argent, un cheval, un livre. Absolument. • Ceux qui empruntent sont bien malheureux, MOL. l Avare, II, 1. • Bientôt, pour subsister, La noblesse sans bien trouva l art d… … Dictionnaire de la Langue Française d'Émile Littré
EMPRUNTER — v. a. Demander et recevoir en prêt. Emprunter de l argent. Emprunter à gros intérêt. Emprunter sur gages, sur hypothèque. Emprunter un cheval. Emprunter des livres. Emprunter de quelqu un, à quelqu un. J emprunterai cette somme à un de mes amis.… … Dictionnaire de l'Academie Francaise, 7eme edition (1835)
EMPRUNTER — v. tr. Demander et recevoir en prêt. Emprunter de l’argent. Emprunter à gros intérêts. Emprunter sur gages, sur hypothèque. Emprunter un cheval. Emprunter des livres. Emprunter de quelqu’un, à quelqu’un. Il signifie au figuré Recevoir, tirer de,… … Dictionnaire de l'Academie Francaise, 8eme edition (1935)
emprunter — vt. (un outil, de l argent) : anprantâ (Saxel.002), ÊPRONTÂ (Aillon V.273, Albanais.001b, Albertville), inprontâ (001a, Chambéry), inprontêzh (St Martin Porte) ; êbrèyé (Montagny Bozel). A1) aller quémander un emprunt : alâ à l êpron (273) … Dictionnaire Français-Savoyard
emprunter un pain sur la fournée — Baiser une fille avant de l’avoir épousée. Bien souvent, ils empruntent un pain sur la fournée. ( Les Caquets de l’accouchée. ) … Dictionnaire Érotique moderne
S'assurer et emprunter avec un risque aggravé de santé — Convention AERAS La convention AERAS (s Assurer et Emprunter avec un risque aggravé de santé) est une convention française qui vise à améliorer l’accès au crédit pour les personnes malades ou qui l ont été. Elle a été signée par les… … Wikipédia en Français
emprunt — [ ɑ̃prœ̃ ] n. m. • v. 1195; de emprunter 1 ♦ Action d obtenir une somme d argent, à titre de prêt; ce qui est ainsi reçu. Faire un emprunt. « Il la suppliait de contracter pour lui un nouvel emprunt sur la villa » (Martin du Gard). Rembourser un… … Encyclopédie Universelle