-
21 aandrijfring
• drive ring -
22 aandrijfsnaar
• drive belt -
23 aandrijfstang
• drive rod -
24 aandrijfsysteem
• drive system -
25 bekrachtigingsimpuls
• drive pulseNederlands-Engels Technisch Woordenboek > bekrachtigingsimpuls
-
26 drijfriem
• drive belt• driving belt• transmission belt -
27 indraaiprocédé
• drive-in procedure -
28 lichte perspassing
• drive fit• light interference fitNederlands-Engels Technisch Woordenboek > lichte perspassing
-
29 motivatie
• drive• motivation -
30 stuurcircuit
• drive circuit• gate circuit -
31 stuurregelkring
• drive control -
32 tussenrad
• drive idler• idler wheel -
33 uitsturing
• drive to full power -
34 rijden
1 [zich voortbewegen van een voertuig] drive 〈 auto〉; ride 〈 (motor)fiets, rolstoel〉 ⇒ 〈 snelheid hebben〉 move, 〈 volgens dienstregeling〉 run 〈 trein, bus〉, do 〈 met betrekking tot snelheid, afstand〉3 [schaatsen] (ice) skate♦voorbeelden:1 hoeveel heeft je auto al gereden? • how many miles/kilometres has your car done?door een vakbondsactie rijden de treinen niet • owing to industrial action no trains are runningeen taxi en een vrachtwagen reden op elkaar (in) • a cab and a lorry collided(te) dicht op elkaar rijden • not keep one's distancede tractor rijdt op dieselolie • the tractor runs/operates on diesel oildie auto rijdt gemakkelijk • that car drives easilyII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [vervoeren] drive♦voorbeelden:iemand in een rolstoel rijden • wheel someone in a wheelchair2 [(op) een rijdier voortbewegen] ride♦voorbeelden:1 honderd kilometer per uur rijden • drive/do a hundred kilometres an hour(met) een kruiwagen rijden • wheel a wheelbarrowhij kan uitstekend rijden • he drives extremely wellhij werd bekeurd omdat hij te hard reed • he was fined for speedingdoor het rode licht rijden • go through a red lightin een auto rijden • drive (in) a carop een tegenligger rijden • crash/run into an oncoming car2 uit rijden gaan, gaan rijden • go (out) for a ride/driveop een/te paard rijden • ride a horse/on horseback -
35 drijven
1 [aan de oppervlakte blijven] float, drift2 [zweven] float, drift ⇒ glide♦voorbeelden:doen drijven • float〈 figuurlijk〉 de onderneming drijft op orders van het rijk • governmental orders are the mainstay of the enterprisedrijven van het zweet • be dripping with sweatII 〈 overgankelijk werkwoord〉5 [slaan] drive♦voorbeelden:de menigte uit elkaar drijven • break up the crowdde vijand uit het land drijven • drive the enemy out of the countryiemand in het nauw/een hoek drijven • drive someone to the wall/into a cornerde zaak op de spits drijven • bring the matter to a headdoor woede gedreven • driven by ragede spot met iemand drijven • make fun of someoneeen winkel drijven • run/manage a shop4 door stoom gedreven schepen • steam-driven/propelled shipsde prijzen naar omhoog/omlaag drijven • force prices up/down -
36 afrijden
1 [vertrekken] drive off/away ⇒ ride off/away 〈 te paard〉, leave 〈 bus, trein〉, depart 〈 bus, trein〉3 [rijexamen afleggen] take/do one's driving test♦voorbeelden:2 een heuvel afrijden • ride/drive down a hillII 〈 overgankelijk werkwoord〉3 [afmatten] ride/drive (too) hard5 [door veel/wild rijden doen slijten] wear out♦voorbeelden:1 de hele stad afrijden • ride/drive all over town -
37 omrijden
1 [langs een omweg rijden] make a detour ⇒ take a roundabout route/the long way round♦voorbeelden:II 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [omverrijden] knock/run down -
38 jagen
3 [nalopen] chase♦voorbeelden:prijzen omhoog/omlaag jagen • drive prices up/downuiteen jagen • scatterzich een kogel door het hoofd jagen • put a bullet through one's headdie wet werd door de Tweede Kamer gejaagd • the law was rushed through parliamentiemand op kosten jagen • put someone to (great) expensevan school jagen • expel from schoolvoor zich uit jagen • drive before one2 [rusteloos streven] pursue3 [snel gaan] race♦voorbeelden:1 op patrijs jagen • hunt partridge, go (out) partridge-shootingop effect jagen • be after effectsde wolken joegen voorbij • the clouds scudded past -
39 oprijden
♦voorbeelden:tegen iemand/iets oprijden • crash into/collide with someone/somethingII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [verslijten] drive (a car) into the ground/till it falls apart -
40 rondrijden
1 [rijdend een kring beschrijven] drive/ride round2 [toeren] go for a drive/run/ride3 [plaatsen in een kring bezoeken] tour, make a tour (of) ⇒ make/do a round 〈melkboer e.d.〉♦voorbeelden:II 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [met een voertuig rondleiden] drive (a)round/about
См. также в других словарях:
drive — drive … Dictionnaire des rimes
Drive — may refer to: Driving, the act of controlling a vehicle Road, an identifiable thoroughfare, route, way or path between two places Road trip, a journey on roads Driveway, a private road for local access to structures Drive (charity), a campaign to … Wikipedia
drive — [ drajv ] n. m. • 1894; mot angl. « coup énergique au golf, au base ball, au tennis, au cricket » (1857) ♦ Anglic. Coup droit. « C est fini de nos parties de tennis. Dommage [...] tu avais un drive qui venait bien » (Aymé). Au golf, Coup de… … Encyclopédie Universelle
Drive-in — Apotheke In einem Drive in werden Dienstleistungen angeboten, ohne dass der Kunde hierfür sein Auto verlassen muss. Beim Begriff Drive in handelt es sich um einen Pseudoanglizismus (zwar englisch, aber nicht britisch englisch). Der originale… … Deutsch Wikipedia
Drive — (dr[imac]v), n. 1. The act of driving; a trip or an excursion in a carriage, as for exercise or pleasure; distinguished from a ride taken on horseback. [1913 Webster] 2. A place suitable or agreeable for driving; a road prepared for driving.… … The Collaborative International Dictionary of English
Drive — (dr[imac]v), v. t. [imp. {Drove} (dr[=o]v), formerly {Drave} (dr[=a]v); p. p. {Driven} (dr[i^]v n); p. pr. & vb. n. {Driving}.] [AS. dr[=i]fan; akin to OS. dr[=i]ban, D. drijven, OHG. tr[=i]ban, G. treiben, Icel. dr[=i]fa, Goth. dreiban. Cf.… … The Collaborative International Dictionary of English
Drive-in — Saltar a navegación, búsqueda Una entrada a un restaurante de tipo drive thru. El drive in (también denominado drive through o drive thru) es un tipo de establecimiento de negocios, que en la mayoría de los casos es un restaurante de comida… … Wikipedia Español
drive-in — [ drajvin ] n. m. inv. • 1949; mot angl. amér. « entrer en voiture », désignant initialement un cinéma en plein air (v. 1940) ♦ Anglic. Lieu public directement accessible en voiture ou service aménagé de telle sorte que les usagers motorisés… … Encyclopédie Universelle
drive-in — ˈdrive in adjective [only before a noun] a drive in restaurant, cinema, bank etc allows you to buy food, watch a film etc without leaving your car drive in noun [countable] * * * drive in UK US /ˈdraɪvɪn/ noun [C] US COMMERCE ► a bank, cinema, or … Financial and business terms
Drive — 〈[draıv] m. 6〉 I 〈unz.〉 1. 〈Mus.; Jazz〉 rhythm. Intensität u. Spannung mittels Beats od. Breaks 2. 〈allg.; umg.〉 Schwung II 〈zählb.; Sp.; Golf; Tennis〉 Treibschlag … Universal-Lexikon
Drive — Drive, n. 1. In various games, as tennis, cricket, etc., the act of player who drives the ball; the stroke or blow; the flight of the ball, etc., so driven. [Webster 1913 Suppl.] 2. (Golf) A stroke from the tee, generally a full shot made with a… … The Collaborative International Dictionary of English