-
1 doortrekken
продолжать; идти; ехать; проходить; переводить; просовывать; продевать; протащить; проникать; насыщенный, наполненный; исполненный; преисполненный; продеть, продёрнуть; протянуть; перевести; спустить воду; проехать через; по; странствовать по; путешествовать по* * *гл.общ. смывать (воду в туалете), продолжать, просовывать, проходить, переводить (рисунок на кальку, через копирку и т.п.), ехать, идти, продевать, проникать, протащить -
2 doortrekken
протащить; продеть, продёрнуть; протянуть; перевести; спустить воду (в туалете); пройти ; проехать через / по; странствовать, постранствовать; путешествовать, попутешествовать; trok door e.OVT.imp. trokken door m.OVT.imp. heeft doorgetrokken VTT.pref. -
3 ехать
vgener. karren, omrijden, rijden, voorrijden, berijden (по чему-л.), doortrekken, tussen de wielen zitten -
4 идти
v1) gener. heen, gaan, rijden (о поезде), vorderen, doortrekken, lopen (h, z) (о кораблях), staan, tijgen, toegaan (о делах), tot (iem.) gaan (к кому-л.), trekken, varen2) navy. stevenen -
5 переводить
vgener. (на более высокую должность) promoveren (tot), bevorderen (из одного класса школы в другой), doortrekken (рисунок на кальку, через копирку и т.п.), overbrengen, overzetten (на другой язык), verhalen (дыхание), verplaatsen, vertolken, omrekenen (одну меру в другую), overmaken, overplaatsen (на другую должность, работу), overzenden, vertalen -
6 продевать
vgener. doorhalen (резинку, тесёмку), doortrekken -
7 продолжать
vgener. continueren, doortrekken, vervolgen, voortgaan, voortvaren, doorgaan met, verder gaan, verlengen, voortzetten -
8 проникать
vgener. doorkomen, binnendringen, doordringen, doortrekken, indringen, penetreren -
9 просовывать
vgener. doortrekken -
10 протащить
vgener. doortrekken -
11 проходить
v1) gener. afgaan (о лихорадке), doorgaan (по улице, по коридору), doorkomen, doorlopen, doortrekken, heengaan (о времени), omgaan, omlopen, overdrijven, overgaan, overwaaien (о неприятностях и т.п.), passeren, uitlopen, vergaan (о времени), verlopen (о периоде времени), verstrijken, voorbijgaan (ìèìî), wegtrekken, lopen (h, z), opstomen, overtrekken, voorbijlopen (ìèìî) -
12 смывать
vgener. (воду в туалете) doortrekken, afspoelen, opdoen, afbetten, afschrobben, afwassen, uitwissen, wegspoelen (водой), wegwassen
См. также в других словарях:
Rijksweg 15 — Vorlage:Infobox hochrangige Straße/Wartung/NL AN Autosnelweg A15/Autoweg N15 in den Niederlanden … Deutsch Wikipedia
Rijksweg 18 — Vorlage:Infobox hochrangige Straße/Wartung/NL AN Autosnelweg A18/Autoweg N18 in den Niederlanden … Deutsch Wikipedia
Hund — 1. A guate Hund ve laft se nit1 u2 an schlecht n is kua Schad. (Unterinnthal.) – Frommann, VI, 36, 63. 1) Verläuft sich nicht. 2) Und. 2. A klenst n Hund na hengt mer di grössten Prügel ou (an). (Franken.) – Frommann, VI, 317. 3. A muar Hüünjen a … Deutsches Sprichwörter-Lexikon