-
1 doornemen
ripitíDicionário Português-Holandês e Holandês-Português > doornemen
-
2 to peruse
doornemen -
3 to browse
doornemengrasduinen -
4 parcourir
parcourir [paarkoerier]〈 werkwoord〉1 doorkruisen ⇒ doortrekken, doorlopen, aflopen2 afleggen3 doornemen ⇒ doorbladeren, snel, vluchtig doorlezen♦voorbeelden:parcourir le monde • de wereld afreizenv1) doorkruisen, doorlopen2) afleggen3) doornemen, doorkijken4) inspecteren -
5 récapituler
récapituler [reekaapietuulee]〈 werkwoord〉1 recapituleren ⇒ in 't kort herhalen, samenvattenv1) samenvatten -
6 Durchsicht
-
7 durchsehen
durchsehenII 〈 overgankelijk werkwoord〉 -
8 изучать
leren, studeren ; bestuderen, doornemen -
9 изучить
leren, studeren ; bestuderen, doornemen -
10 просматривать
doorzien, doornemen ; over het hoofd zien -
11 просмотреть
doorzien, doornemen ; over het hoofd zien -
12 пройти, проработать
vgener. (предмет, книгу) doornemenRussisch-Nederlands Universal Dictionary > пройти, проработать
-
13 brief
adj. kort--------n. instructie (voor pleiter); vlieginstructie; (dames/heren)slip--------v. instrueren; rapporterenbrief1[ brie:f]1 stukken ⇒ bescheiden, dossier; 〈 juridisch〉 instructie voor pleiter 〈 opgesteld ten behoeve van advocaat〉; 〈Brits-Engels; bij uitbreiding〉 opdracht voor een ‘barrister’♦voorbeelden:〈 figuurlijk〉 it's not part of your brief to tell her what to do • het is niet aan jou haar te zeggen wat ze doen moetII 〈meervoud; werkwoord steeds meervoud〉1 (dames/heren)slip ⇒ (pijploos) onderbroekje, bikinibroekje————————brief21 kort(stondig) ⇒ beknopt, bondig, vluchtig♦voorbeelden:brief and to the point • kort en krachtigbe brief • het kort houdenin brief • om kort te gaan, kortom————————brief3〈 werkwoord〉♦voorbeelden:1 please brief me on this point • wil je dit punt even met me doornemen? -
14 go over
onderzoeken; terugkomen opgo over♦voorbeelden:1 we now go over to our reporter on the spot • we schakelen nu over naar onze verslaggever ter plaatseII 〈werkwoord + voorzetsel〉 -
15 go through
overgaan, ervaring opdoengo through♦voorbeelden:II 〈werkwoord + voorzetsel〉1 opmaken ⇒ uitgeven, ergens doorheen zijn/gaan2 nauwkeurig onderzoeken ⇒ doorzoeken 〈 bagage〉; nagaan, checken 〈bewering e.d.〉; doornemen 〈 tekst〉3 doormaken ⇒ ondergaan, meemaken4 passeren ⇒ gaan door/via♦voorbeelden: -
16 look over
onderzoeken; vergeven; uitzien over, uitzien op; ergens overheen kijkenlook over -
17 look through
onderzoeken; nagaanlook throughII 〈werkwoord + voorzetsel〉♦voorbeelden: -
18 peruse
-
19 please brief me on this point
please brief me on this pointwil je dit punt even met me doornemen? -
20 read something through
Страницы