-
1 doorlopen
пройти; пробежать; обегать; натереть ноги; растечься, расплыться doorliep e.OVT.imp. doorliepenm.OVT.imp. heeft doorlopen VTT.pref. doorlopen liep doore.OVT.imp. liepen doorm.OVT.imp. is doorgelopen VTT.pref. -
2 doorlopen
проходить; пробегать; исходить; продолжать идти; бежать; протекать; растекаться; просачиваться; линять; сбивать; стирать; стаптывать; изнашивать; просматривать; пройти; обегать; натереть ноги; растечься, расплыться* * *I d`oorlopen* (z)пробегать, проходить ( через что)II doorl`open*просматривать, пробегать глазами (книгу и т. п.)* * *гл.общ. продолжать идти, протекать, проходить, сбивать, линять (о краске), стаптывать (обувь), бежать, исходить, пробегать, просачиваться, просматривать, растекаться, стирать (ноги), изнашивать (чулки) -
3 een boek doorlopen
-
4 hij heeft een harde leerschool doorlopen
мест.Dutch-russian dictionary > hij heeft een harde leerschool doorlopen
-
5 бежать
v1) gener. losbreken (из заключения), narennen, rennen, de wijk nemen, doorlopen, hardlopen, lopen (h, z), op de vlucht slaan, snellen, vloeien, vluchten2) poet. vlieden -
6 изнашивать
v -
7 исходить
vgener. aftreden (местность), doorgaan, doorlopen, zich baseren (op-èç ÷åãî-ô.) -
8 линять
vgener. afgeven, doorlopen (о краске), haren, verbleken, verkleuren (о краске), verschieten, muiten (о птицах, змеях), ruien (о животных, птицах), verharen (о животных), vervellen -
9 он прошёл суровую школу
-
10 пробегать
vgener. doorlopen, uitlopen -
11 пробежать книгу
vgener. een boek doorlopen -
12 продолжать идти
vgener. doorgaan, doorlopen -
13 просачиваться
vgener. doorslaan, uitlopen, zijpelen, doorlopen, doorsijpelen, doorsijperen, inwateren, kwellen, siepelen, sieperen, sijpelen, sijperen, uitlekken -
14 просматривать
vgener. rondneuzen, inzien, nakijken, overkijken, afzien, doorlopen, inkijken, nazien, onder censuur stellen, overlezen, overslaan -
15 протекать
vgener. doorlopen, inregenen, inwateren, lekken -
16 проходить
v1) gener. afgaan (о лихорадке), doorgaan (по улице, по коридору), doorkomen, doorlopen, doortrekken, heengaan (о времени), omgaan, omlopen, overdrijven, overgaan, overwaaien (о неприятностях и т.п.), passeren, uitlopen, vergaan (о времени), verlopen (о периоде времени), verstrijken, voorbijgaan (ìèìî), wegtrekken, lopen (h, z), opstomen, overtrekken, voorbijlopen (ìèìî) -
17 растекаться
vgener. belopen (о жидкости), uitvloeien, doorlopen -
18 сбивать
v1) gener. afdingen (öåíó), afslaan, doorlopen, ineenslaan, neerschieten (выстрелом), neerslaan, (iem.) van de goede weg afbrengen, (iem.) van het goede pad afbrengen, afhouden (с пути), afsteken, beknibbeien (öåíó), karnen (масло), neervellen, omgooien, slaan (масло)2) liter. uit het veld slaan -
19 стаптывать
-
20 стирать
v1) gener. wissen, (резинкой) gummen, afdoen, raderen (резинкой), wassen (бельё), wegdoezelen, wegvagen, uitwassen (бельё), afschuren, afvagen, afvegen, afwrijven, doorlopen (íîãè), uitdoen (написанное), uitgommen (резинкой), uitslijten, uitvlakken, uitwissen, wegmaken, wegvegen, wegwissen2) liter. afslijten
См. также в других словарях:
Liste falscher Freunde — Die Liste falscher Freunde listet eine Auswahl häufiger falscher Freunde (Übersetzungsfallen bzw. Verständnisprobleme) zwischen Deutsch und anderen Sprachen, dem in der Bundesrepublik Deutschland und in anderen Staaten gesprochenen Deutsch sowie… … Deutsch Wikipedia
Pepperoni — Die Liste falscher Freunde listet eine Auswahl häufiger falscher Freunde (Übersetzungsfallen bzw. Verständnisprobleme) zwischen Deutsch und anderen Sprachen, dem in der Bundesrepublik Deutschland und in anderen Staaten gesprochenen Deutsch sowie… … Deutsch Wikipedia