-
1 bail
n. borg, borgtocht; emmer--------v. borgstaan; hozen; parachuteren vanuit vliegtuig; uit de narigheid halenbail1♦voorbeelden:give bail • borg stellengo/stand/put in bail for someone/something • borg staan/zich borg stellen voor iemand/iets; 〈 figuurlijk〉voor iemand/iets instaanrefuse bail • vrijlating tegen borgtocht weigerenout on bail • vrijgelaten op/tegen borgtocht————————bail21 hozen→ bail out bail out/II 〈 overgankelijk werkwoord〉1 vrijlaten tegen/onder borgstelling2 in bewaring/onderpand geven→ bail out bail out/ -
2 bind over
(onder borgstelling) verplichten zich voor het gerecht te verantwoordenbind over〈 juridisch〉♦voorbeelden:1 bind someone over to keep the peace • iemand onder toezicht plaatsen (in het belang van de openbare orde) -
3 guarantee
n. borg; borgstelling; verantwoordelijkheid; veiligheid; waarborg--------v. waarborgen; borgstellen; verantwoordelijkheid geven; belovenguarantee1————————guarantee21 garanderen ⇒ waarborgen, borg staan voor♦voorbeelden:2 guarantee against/from something • vrijwaren/waarborgen tegen -
4 cosurety
n. zich voegen als borgstelling -
5 seek bail
vragen naar vrijlating onder/tegen borgstelling -
6 suretyship
n. borgstelling, verantwoordelijkheid
Перевод: с английского на нидерландский
с нидерландского на английский- С нидерландского на:
- Английский
- С английского на:
- Все языки
- Африкаанс
- Нидерландский