-
1 bezigheid
♦voorbeelden: -
2 bezigheid
♦voorbeelden:andere bezigheden hebben • have other work -
3 bezigheid
-
4 bezigheid
deBeschäftigung f -
5 bezigheid
n. activity, undertaking, work, occupation -
6 bezigheid
voccupation f, activité f -
7 bezigheid
occupation -
8 bezigheid
okupashon -
9 hardlopen is een energieverslindende bezigheid
hardlopen is een energieverslindende bezigheidDeens-Russisch woordenboek > hardlopen is een energieverslindende bezigheid
-
10 buitenshuis
-
11 zij slaapt buitenshuis
-
12 дело
ngener. affaire, daad, practijk, praktijk, stuk, zaak, aangelegenheid, beroepsbezigheid, bezigheid, corvee, dossier, geding (судебное), karwei, materie, punt, (судебное) rechtsgeding, werk -
13 занятие
ngener. dienstverband, beroep, bezetting, uitoefening, beoefening, bestaansmiddel, betrekking, bezigheid, emplooi, occupatie, werkzaamheid -
14 работа
n1) gener. dienstverband, betrekking, corvee, karwei, werkstuk, werkzaamheid, werk, arbeid, baan, bezigheid, broodwinning, makelij, (тяжёлая, научная,...) werkzaamheden2) math. functie -
15 energieverslindend
energieverslindend, energievretend1 gros consommateur/grosse consommatrice (d'énergie)♦voorbeelden:hardlopen is een energieverslindende bezigheid • la course absorbe beaucoup d'énergie -
16 hoofdwerk
-
17 liefdewerk
♦voorbeelden:2 het is liefdewerk oud papier • c'est par pur idéalisme (qu'il, qu'elle le fait) -
18 occupatie
-
19 rusteloosheid
-
20 sport
- 1
- 2