-
1 bewerken
adaptá; adaptá; kultiváDicionário Português-Holandês e Holandês-Português > bewerken
-
2 обрабатывать
bewerken, verwerken -
3 обработать
bewerken, verwerken -
4 разрабатывать
bewerken, cultiveren ; uitwerken, onderzoeken ; ontginnen, exploiteren -
5 разработать
bewerken, cultiveren ; uitwerken, onderzoeken ; ontginnen, exploiteren -
6 to machine
bewerkenverspanen -
7 to work
bewerkenverwerkenwerken -
8 travailler
travailler [traavaajee]1 werken ⇒ arbeid verrichten, een beroep uitoefenen, studeren♦voorbeelden:faire travailler l'argent • geld niet renteloos laten liggentravailler à perte • met verlies werkenla maçonnerie travaille • het metselwerk scheurt, verzaktla pâte travaille • het deeg rijstII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 bewerken ⇒ verzorgen, bijschaven2 bestuderen ⇒ studeren, (be)oefenen4 plagen ⇒ verontrusten, achtervolgen♦voorbeelden:travailler le vin • wijn vervalsenv1) werken2) gisten, rijzen3) bewerken4) (be)studeren5) beïnvloeden6) plagen7) trainen8) mishandelen -
9 tool
n. werktuig--------v. bewerken, met machines uitrusten; rondrijden; bewerkentool1[ toe:l] 〈 zelfstandig naamwoord〉1 handwerktuig ⇒ (stuk) gereedschap, instrument♦voorbeelden:→ bad bad/————————tool2♦voorbeelden:1 tool along • rondtoeren, voortsnorrenII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 bewerken♦voorbeelden: -
10 façonner
façonner [faasonnee]〈 werkwoord〉1 bewerken ⇒ vorm(gev)en, veredelen3 fabriceren ⇒ maken, vervaardigen, produceren♦voorbeelden:v1) bewerken2) fabriceren, maken3) modelleren -
11 manipuler
manipuler [maaniepuulee]II 〈 overgankelijk werkwoord〉1 (zorgvuldig) hanteren ⇒ behandelen, omgaan met♦voorbeelden:v1) proeven doen2) behandelen, omgaan (met)3) bewerken4) vervalsen -
12 adapt
v. aanpassen; opnemen; aanmeten[ ədæpt]II 〈 overgankelijk werkwoord〉1 aanpassen ⇒ bewerken, geschikt maken♦voorbeelden:adapted from the Chinese • uit het Chinees vertaald en bewerkt -
13 cultivate
v. bewerken; ontwikkelen; cultiveren[ kultivveet]4 cultiveren ⇒ aankweken, bevorderen6 voor zich proberen in te nemen/te winnen ⇒ vleien -
14 machine
n. machine, apparaat--------v. machinaal bewerken, machinaal producerenmachine1[ məsjie:n] 〈 zelfstandig naamwoord〉3 apparaat ⇒ (partij)organisatie, bestuursapparaat♦voorbeelden:————————machine2〈 werkwoord〉 -
15 process
n. werking (ook in computers), (produktie) methode; vooruitgang; een proces (in de rechtbank); (in computers) procedure--------v. bewerken, verwerkenprocess1[ prooses] 〈 zelfstandig naamwoord〉3 (serie) verrichting(en) ⇒ handelwijze, werkwijze♦voorbeelden:in the process • en passantenjoy yourself and win a prize in the process • vermaak u en win een prijs op de koop toein (the) process of • doende/bezig met————————process2————————process3 -
16 till
conj. tot, totdat--------n. geldlade (toonbank)--------prep. tot, tot aan--------v. bewerken (grond)till1[ til] 〈 zelfstandig naamwoord〉————————till2〈 werkwoord〉————————till3♦voorbeelden:till tomorrow • tot morgennot till after dinner • niet vóór/pas na het middageten————————till4♦voorbeelden:it was a long time till she emerged • het duurde lang voor zij verscheenwait till I get you • wacht maar, ik krijg je nog wel! -
17 tillage
n. hetbeploegen, het bewerken van grond; akkerbouw; ploegland[ tillidzj] -
18 transcribe
-
19 work
adj. van het werk--------n. werk; arbeid; beroep; werkplaats; handenarbeid; arbeid; handeling; inspanning--------v. werken; arbeiden; aan het werk zetten; lopen, functioneren; veroorzaken; leiden; oplossen; langzaam vooruit komenwork1[ wə:k]2 borduur/hand/naaldwerk♦voorbeelden:have one's work cut out (for one) • ergens de handen aan vol hebbenset to work • aan het werk gaan/zettenset about one's work in the wrong way • verkeerd te werk gaanat work • aan het werk; op het/zijn/haar werkmen at work • werk in uitvoeringbe in regular work • vast werk hebbenthis must be the work of the cat • dit heeft de kat vast gedaanthe work of an hour/a day • een uur(tje)/dag werkout of work • werkloos〈 spreekwoord〉 all work and no play makes Jack a dull boy • 't is een slecht dorp waar het nooit kermis is; de boog kan niet altijd gespannen zijnII 〈 meervoud〉1 oeuvre ⇒ werken, verzameld werk♦voorbeelden:¶ 〈 slang〉 give someone the works • iemand f onder handen nemen; 〈 in het bijzonder〉 iemand om zeep helpen〈voornamelijk Amerikaans-Engels; informeel〉 shoot the works • alles op alles zetten, alles riskerenit's in the works • er wordt aan gewerkt→ public public/————————work2♦voorbeelden:the scheme didn't work • het plan werkte nietwork away • (druk) aan het werk zijnwork on • doorwerkenwork against • tegengaan/werken, belemmerenwork at • werken aan, zijn best doen opit works by electricity • het loopt op elektriciteitwork on • werken aan, bezig zijn metwork to • werken volgens/aan de hand vanwork (up)on • van invloed zijn op, doorwerken in/opwork with • (samen)werken metwork round to • toe werken naar/aansturen opII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 verrichten ⇒ tot stand brengen, bewerkstelligen3 in werking zetten ⇒ aanzetten, bedienen, bewerken, in bedrijf houden5 bewerken ⇒ kneden, werken met7 (op)naaien ⇒ stikken, borduren♦voorbeelden:3 work a district • een district afwerken/reizenwork a farm • het boerenbedrijf uitoefenenwork a mine • een mijn exploiterenworked by steam • met stoom aangedrevenwork one's way to the top • zich naar de top werken5 work clay • kleien, boetserenwork someone to tears • iemand in huilen doen uitbarsten -
20 adapter
См. также в других словарях:
Bewerken — Bewerken, zum Mitmeister annehmen … Pierer's Universal-Lexikon
List of Jacques Brel cover versions — The following artists all have covered songs of Jacques Brel. Songs written by Brel but not recorded by Brel himself are shown in bold. NOTOC 0 93 J s:* Liefde van later (Single, 2007)4 Walls:* Ces gens là (Van de CD Which side are you on , 2004) … Wikipedia
Biber — 1. Biber und Otter haben keine Hege. – Körte, 1081; Eiselein, 76. 2. Fangste Bêwerken? sä de Voss tau n Wulf, as düssen d Swans up n Ise fastefrôren was. (Lüneburg.) – Hoefer, 364. 3. Je mehr Biber zusammenbauen, desto fester wird das Haus. *4.… … Deutsches Sprichwörter-Lexikon
Ochs — 1. Abgetriebene Ochsen geben zähes Fleisch. 2. Alt ochsen tretten hart. – Franck, II, 14b; Lehmann, II, 27, 32; Körte, 4637; Braun, I, 3116. Die Russen: Ein alter Ochs tritt fest auf, das Kalb springt von einer Seite zur andern. (Altmann VI,… … Deutsches Sprichwörter-Lexikon