-
1 Entbindung
-
2 Eröffnungsperiode
-
3 Geburt
Geburt〈v.; Geburt, Geburten〉♦voorbeelden:nach, vor Christi Geburt • na, vóór Christusvon Geburt (an) taub • doofgeboren2 von niedriger Geburt • van geringe afkomst, lage komaf -
4 Niederkunft
-
5 Stunde
Stunde〈v.; Stunde, Stunden〉♦voorbeelden:in einer Dreiviertelstunde, in drei viertel Stunden • (a) in drie kwartier (tijd); (b) over drie kwartierzu früher Stunde • vroeg (in, op de morgen)eine knappe Stunde • een uurtje, een klein uur〈 formeel〉 zu später, vorgerückter Stunde • laat (op de dag, avond)alle zwei Stunden • om de twee uurer kam auf, für eine Stunde vorbei • hij kwam een uurtje langsum diese Stunde • rond dit uurStunde um Stunde • uur na uurunter einer Stunde • in minder dan een uurvor einer Stunde • een uur geledenzu dieser Stunde • op dit uurenglische Stunden nehmen • Engelse les volgen3 zu gelegener Stunde • te gelegener ure, tijdseine große Stunde war gekommen • het grote ogenblik was voor hem aangebrokenin letzter, zwölfter Stunde • te elfder urejemandes letzte Stunde hat geschlagen, ist gekommen • iemands laatste uur heeft geslagenzur selben Stunde • terzelfder ure, op hetzelfde momentbis zur Stunde • tot nu toe, tot op het momentzu jeder Stunde • te allen tijde, altijdzur Stunde • op dit, het ogenblik -
6 entbinden
entbinden1 een kind ter wereld brengen, baren♦voorbeelden:II 〈 overgankelijk werkwoord〉1 ontslaan, -heffen2 bij de bevalling helpen, verlossen♦voorbeelden: -
7 ihre schwere Stunde
Перевод: с немецкого на нидерландский
с нидерландского на немецкий- С нидерландского на:
- Немецкий
- С немецкого на:
- Нидерландский