-
1 uitgeput
adj. atrophied, effete, chivied, exhausted, impoverished, outworn, overdone, perished, played out, prostrate, spent, used up, work worn, worn out, worn, beaten -
2 vermoeid
adj. weary, way worn, worn, worn out, washed out, tiring, tired--------adv. wearily -
3 versleten
adj. worm eaten, worn, worn out, outworn, time worn, well-worn, thready, threadbare, old, trite, napless, effete -
4 af
af1〈 het〉♦voorbeelden:————————af2I 〈 bijwoord〉1 [met betrekking tot een verwijdering] off, away2 [+ van] [met betrekking tot het uitgangspunt] from3 [met betrekking tot een verwijderd/gescheiden zijn] away, off4 [naar beneden] down♦voorbeelden:1 af en aan • back and forth, to and fromensen liepen af en aan • people came and wentaf en toe • (every) now and thenklaar? af! • get set! go!2 van die dag af • from that day (on/onward(s))van de grond af • from ground levelde nieuwigheid is er een beetje af • the novelty has worn off a bitde verf is er af • the paint has come offver af • a long way offhij woont een eindje van de weg af • he lives a little way away from the roadvan iemand af zijn • be rid of someoneu bent nog niet van me af • you haven't seen the last/back of mede trap af • down the stairsaf! • (get) down!; 〈 tegen hond ook〉 down boy/girl!goed/beter/slecht af zijn • have come off well/better/badlydaar wil ik (van) af zijn • I wouldn't like to sayop 't onbeleefde af • to the point of rudenessik weet er niets van af • I don't know anything about itII 〈 bijvoeglijk naamwoord〉4 [spel] out♦voorbeelden:2 het werk is af • the work is done/finishedde voorstelling was af • the performance was perfect -
5 doodmoe
♦voorbeelden:doodmoe worden van het sjouwen • wear oneself out lugging things about -
6 doodop
-
7 kapot
♦voorbeelden:dat kopje is kapot • that cup is broken/crackedhet raam was kapot • the window was broken/smashedde sigarettenautomaat is kapot • the cigarette machine is out of orderzich kapot vervelen • be bored stiff/to tearszich kapot werken • work one's fingers to the bonekapot zitten • be dead tiredkapot van vermoeidheid • worn out, exhaustedkapot van verdriet • broken(-hearted) with griefhij is niet kapot te krijgen • he's a tough one/cookieergens kapot van zijn • be (all) cut up about something5 ik ben er niet kapot van • I'm not mad/wild about it -
8 versleten
♦voorbeelden:tot op de draad versleten • threadbare -
9 afgetobd
-
10 op
op1I 〈 bijwoord〉1 [omhoog] up2 [met betrekking tot een plaats/toestand] up♦voorbeelden:hij stak zijn paraplu op • he put his umbrella upde straat op en neer lopen • walk up and down the street¶ het kan niet op! • there's no end to it!vraag maar op! • ask/fire away! 〈ook → link=op-en-top op-en-top〉II 〈 bijvoeglijk naamwoord〉♦voorbeelden:het geld/mijn geduld is op • the money/my patience has run outdie jas is op • this jacket has had itde voorraad is op • the supplies have run outop is op • when it's gone it's gonehij is op van de zenuwen • his nerves are gone/shot————————op2〈 voorzetsel〉1 [met betrekking tot een plaatselijke betrekking] in ⇒ on, at2 [met betrekking tot een verhouding] in ⇒ to3 [met betrekking tot een onmiddellijke nabijheid] in ⇒ on, at4 [met betrekking tot een richting] on ⇒ at5 [met betrekking tot een tijdstip] on ⇒ at, in6 [met betrekking tot de wijze waarop] on ⇒ at, in7 [met betrekking tot het doel] for♦voorbeelden:op een bus/motor rijden • drive a bus, ride a motorcycleop de begane grond • on the ground floorop de Herengracht/de hoek wonen • live on the Herengracht/the cornerde grote wijzer staat op tien • the big hand is on/at tenop jou na iedereen • everyone else (but you)de auto loopt 1 op 8 • the car does 8 km to the litreéén op de duizend • one in a thousandop één na de laatste • the second lastde op zeven na grootste industrie • the eighth largest industryde hele familie op één zoon na • the whole family except one son4 een raam op het zuiden • a window on/facing the southlater op de dag • later in the dayop negenjarige leeftijd • at nine (years of age)op maandag • (on) Mondayop een maandag • on a Mondayop vakantie • on holidaytot op vandaag • right up until todayop zijn vroegst • at the earliestop zijn Frans • in the French way/mannerop zijn minst • at (the very) leastop verre na niet • not by a long shotop zijn snelst • at the quickestop geld uit zijn • be out for/after moneyop een instrument spelen • play an instrument -
11 afgedragen
adj. worn out, overworn, well-worn, hand me down -
12 mens
I 〈de〉2 [meervoud] [personen] people3 [meervoud] [medewerkers] people4 [type] person♦voorbeelden:de grote mensen • grown-upsde inwendige mens versterken • fortify the inner manik ben ook maar een mens • I'm only humandat doet een mens goed • that does you gooddoor mensen gemaakt • man-madegeen mens • not a soulsommige mensen leren het nooit! • some people never learn!we verwachten vanavond mensen • we're expecting people tonightzeg dat niet als er mensen bij zijn! • don't say that when there are people around!onder de mensen komen • get out and about, see peoplehij is een van de mensen die … • he is one of those (people) who …(eenvoudige) mensen als wij • (simple) people/folk like usik ben geen mens om … • I'm not one/a person to …¶ 〈tegen vrienden e.d.〉 de groetjes mensen! • bye, folks!, see you, everybody!alle mensen! • goodness (gracious/me)!II 〈 het〉♦voorbeelden:1 het arme mens is doodziek • the poor thing/creature is awfully illhet is een braaf/best mens • she's a good (old) souleen enig/leuk mens • a marvellous/nice personik kan dat mens niet uitstaan • I can't stand that creature〈 informeel〉 mens, pas toch op • do watch out, won't you! -
13 stap
3 [tred] step, tread♦voorbeelden:stap voor stap • step by step〈 figuurlijk〉 stap(je) voor stap(je) • inch by inch, little by littleergens geen stap voor verzetten • not lift a finger for somethingergens geen stap mee vooruitkomen • not get anywhere with somethingfinancieel een stapje terug moeten doen • have to scale down financiallyhet is een hele stap • it's quite a stepeen weloverwogen stap • a well-considered movestappen ondernemen tegen • take steps againstde eerste stap doen • take the first step, make the first move¶ op stap gaan • set out/offhij is op stap • he's out on the town -
14 gesjochten
adj. down and out, worn out, physically exhausted -
15 afdragen
1 [naar beneden brengen] carry down2 [door dragen afslijten] wear out3 [overdragen] make over, transfer, hand over, turn over♦voorbeelden: -
16 opgebrand
-
17 uitgeput
-
18 afgeleefd
adj. decrepit, worn out, exhausted, effete -
19 afgemat
adj. exhausted, worn out, weary, jaded--------adv. exhaustedly, jadedly, wearily -
20 afgetobd
adj. worn out, exhausted, expended, used up
См. также в других словарях:
worn-out — worn / worn out [adj] used, tired beat, burned out*, bushed*, busted*, clichéd, consumed, depleted, destroyed, deteriorated, drained, drawn, effete, exhausted, fatigued, frayed, gone, hackneyed, had it*, haggard, jaded, kaput*, knocked out*, old … New thesaurus
Worn-out — a. Consumed, or rendered useless, by wearing; as, worn out garments. [1913 Webster] … The Collaborative International Dictionary of English
worn out — adj 1.) very tired because you have been working hard = ↑exhausted ▪ You must be absolutely worn out. 2.) too old or damaged to be used ▪ a pair of old worn out walking boots … Dictionary of contemporary English
worn out — adjective 1. ) too old or damaged to use any longer: dirty worn out shoes 2. ) extremely tired: EXHAUSTED: He looked worn out, as if he d missed a night s sleep … Usage of the words and phrases in modern English
worn-out — worn out; worn out·ness; … English syllables
worn-out — worn′ out′ adj. 1) worn or used beyond repair 2) depleted of energy, strength, or enthusiasm; exhausted; fatigued • Etymology: 1585–95 … From formal English to slang
worn out — ► ADJECTIVE 1) exhausted. 2) worn to the point of being no longer usable … English terms dictionary
worn-out — [wôrnout′] adj. 1. no longer effective, usable, or serviceable due to wear or overuse 2. exhausted; tired out … English World dictionary
worn out — index decadent, dilapidated, old, stale, trite Burton s Legal Thesaurus. William C. Burton. 2006 … Law dictionary
worn-out — see worn out … English dictionary
worn out — also worn out 1) ADJ Something that is worn out is so old, damaged, or thin from use that it cannot be used any more. Car buyers tend to replace worn out tyres with the same brand. ...faded bits of worn out clothing. 2) ADJ GRADED: usu v link ADJ … English dictionary