-
1 mir wurde bang ums Herz
mir wurde bang ums Herz -
2 Angst
〈v.; Angst, Ängste〉1 angst, vrees♦voorbeelden:1 jemandem Angst (und Bange) machen • iemand bang maken, vrees aanjagen〈 informeel〉 nur keine Angst! • wees maar niet bang!Angst für jemanden haben • bang zijn dat iemand iets overkomtjemanden in Angst (und Schrecken) jagen, versetzen • iemand vrees, schrik aanjagenin tausend Ängsten schweben, sein • duizend angsten uitstaanes mit der Angst (zu tun) bekommen • (plots) bang wordenAngst um jemanden haben • zich zorgen, bezorgd maken over iemandAngst vor dem Tod • angst voor de doodsie hat Angst, dass er ertrinkt • zij vreest, is bang dat hij verdrinkt -
3 fürchten
fürchten♦voorbeelden:1 für, um jemanden, etwas fürchten • voor iemand, iets vrezen 〈 vrezen dat er wat gebeurt met iemand, iets〉II 〈 overgankelijk werkwoord〉♦voorbeelden:1 jemanden, etwas fürchten • (voor) iemand, iets vrezenjemanden das Fürchten lehren • iemand leren om bang te zijn♦voorbeelden:1 sich vor jemandem, einer Sache fürchten • voor iemand, iets bang zijn -
4 Bange
-
5 Herz
〈o.; Herzens, Herzen〉♦voorbeelden:jemandes Herz höher schlagen lassen • iemands hart feller doen kloppen (van verwachting)schweren Herzens • met een bezwaard gemoeder hat ein weiches Herz • hij is weekhartigein Herz für jemanden haben • hart voor iemand hebbendas Herz in die Hand nehmen • al zijn moed bijeengarenjemandem rutscht das Herz in die Hose • iemand zakt de moed in de schoenendas Herz war ihm schwer • hij was verdrietig, vol zorgendas liegt mir sehr am Herzen • dat gaat me erg ter hartejemandem etwas ans Herz legen • iemand iets op het hart bindendas ist mir ans Herz gewachsen • dat is mij zeer dierbaaraus seinem Herzen keine Mördergrube machen • van zijn hart geen moordkuil makenaus tiefstem Herzen • uit het diepst van het hartdas ist mir aus dem Herzen gesprochen • dat is mij uit het hart gegrepenjemanden ins, in sein Herz schließen • veel van iemand gaan houdendiese Worte schnitten ihm ins Herz • deze woorden griefden hem zeermit halbem Herzen • halfhartigetwas nicht übers Herz bringen • iets niet over z'n hart verkrijgenmir wurde bang ums Herz • het werd me bang te moedeseinen Kummer vom Herzen reden • zijn verdriet helemaal uitpratenein Herz und eine Seele sein • onafscheidelijk zijn, één van hart en ziel zijn -
6 bange
bange♦voorbeelden:1 mir wurde bange (zumute, zu Mute) • ik werd bang, ongerustihr war bange nach ihm • in angstige zorg en spanning verlangde zij naar hemmir ist bange um ihn • ik maak me ongerust over hemmir war bange ums Herz • de schrik sloeg me om het hart -
7 bangen
-
8 nur keine Angst
nur keine Angst!wees maar niet bang!————————nur keine Angst!wees maar niet bang! -
9 ängstigen
-
10 Angst davor haben
-
11 Angst für jemanden haben
Angst für jemanden habenWörterbuch Deutsch-Niederländisch > Angst für jemanden haben
-
12 Bange machen gilt nicht
Bange machen gilt nicht!niet bang zijn! -
13 Bangigkeit
-
14 Bockshorn
Bockshorn〈o.〉♦voorbeelden: -
15 Dampf
〈m.; Dampf(e)s, Dämpfe〉♦voorbeelden:Dampf draufhaben • 〈 (a) informeel〉 snel rijden; 〈 (b) informeel; figuurlijk〉 veel temperament hebbenunter Dampf stehen • klaar om te vertrekken -
16 Dampf haben vor jemandem
Wörterbuch Deutsch-Niederländisch > Dampf haben vor jemandem
-
17 Manschette
Manschette〈v.; Manschette, Manschetten〉♦voorbeelden:¶ 〈 informeel〉 vor etwas, jemandem Manschetten haben • ontzag voor iets, iemand hebben, bang voor iets, iemand zijn -
18 Tod
〈m.; Tod(e)s, Tode〉♦voorbeelden:eines natürlichen Todes sterben • een natuurlijke dood sterventausend Tode sterben • duizend doden sterven, duizend angsten uitstaandu holst dir noch den Tod! • je gaat er nog aan (kapot)!dem Tode geweiht • ten dode opgeschrevenauf den Tod (darnieder)liegen • doodziek zijn〈informeel; figuurlijk〉 auf den Tod • absoluut, helemaal(bis) über den Tod hinaus • over de dood, het graf heen〈 formeel〉 in den Tod gehen • de dood ingaan, vindenmit dem Tod(e) spielen • met zijn leven spelensich zu Tode arbeiten • zich dood-, kapotwerkenzu Tode erkrankt • doodziekzu Tode kommen • aan zijn einde komen〈 figuurlijk〉 etwas zu Tode reden, reiten • over iets blijven doorzeuren, doormalensich zu Tode schämen • zich doodschamensich zu Tode siegen • een Pyrrusoverwinning behalenbis zum Tod(e) • tot de doodjemanden zum Tode verurteilen • iemand ter dood veroordelenTod und Teufel! • verdomd!sich nicht vor Tod und Teufel fürchten • voor de duivel niet bang zijnder Tod schont keinen • de dood verschoont niemand -
19 Urknall
-
20 angst
См. также в других словарях:
bang — bang … Dictionnaire des rimes
Bang — is commonly used as an onomatopoeia for a sound, mostly that of an explosion.Bang or bangs may refer to: *Fringe (hair), hair that is combed forward and cut short on the forehead, known as bangs in North America *!BANG!, a professional wrestling… … Wikipedia
bang — [ bɑ̃g ] interj. et n. m. inv. • 1953; empr. à l angl. 1 ♦ Onomatopée exprimant le bruit d une explosion violente. 2 ♦ N. m. inv. Déflagration accompagnant le franchissement du mur du son. Les bang des avions supersoniques. Astron. Le grand bang … Encyclopédie Universelle
Bang Pa-In — บางปะอิน Provinz: Ayutthaya Fläche: 229,1 km² Einwohner: 73.630 (2000) Bev.dichte: 321 E./km² PLZ: 13160 … Deutsch Wikipedia
Bang — steht für: Brucellose, eine Infektionskrankheit eine in Kamerun übliche Bezeichnung für Lophira alata (auch: Bongossi) Bang!, ein 2002 erschienenes Kartenspiel von Emiliano Sciarra Bang ist der Familienname folgender Personen: Andreas Bang Haas… … Deutsch Wikipedia
Bang Bo — บางบ่อ Provinz: Samut Prakan Fläche: 245,0 km² Einwohner: 85.208 (2000) Bev.dichte: 348 E./km² PLZ: 10560 … Deutsch Wikipedia
Bang Na — บางนา Daten Provinz: Bangkok Fläche: 18,789 km² Einwohner: 101.590 (2005) Bev.dichte: 5406,8 E./km² PLZ: 10260 … Deutsch Wikipedia
bang — bang·al·ay; bang; bang·i·a·ce·ae; bang·i·a·les; bang·ing; bang·i·oi·de·ae; bang·kal; bang·os; bang·ster; ge·bang; jing·bang; lum·bang; pa·lem·bang; pro·bang; she·bang; bang·er; gang·bang·er; head·bang·er; in·ter·ro·bang; bang·kok; bang·i·a·ceous; … English syllables
bang — ► NOUN 1) a sudden loud sharp noise. 2) a sudden painful blow. 3) (bangs) chiefly N. Amer. a fringe of hair cut straight across the forehead. ► VERB 1) strike or put down forcefully and noisily. 2) make or cause to make a bang … English terms dictionary
Bang Pa In — … Deutsch Wikipedia
!Bang! — Founded 2001 Style American professional wrestling Headquarters Ocala, Florida Founder(s) Dory Funk, Jr. Owner(s) … Wikipedia