-
1 alleen
1 [zonder gezelschap] seul4 [uitsluitend] (le) seul♦voorbeelden:1 〈 figuurlijk〉 in die opvatting staat zij alleen • elle est la seule à voir les choses sous cet angledie moeder laat dat kleine kind vaak alleen • cette mère laisse souvent ce jeune enfant seulII 〈 bijwoord〉1 [slechts] seulement⇒ ne … que♦voorbeelden:dit werk is niet alleen aangenaam, maar ook nuttig • ce travail est non seulement agréable mais aussi utile -
2 alleen
♦voorbeelden:1 vrouw/man alleen • single man/womanhij is graag alleen • he likes to be alone/by himselfhet alleen klaarspelen • manage it alone/on one's ownalleen staan • be on one's ownhelemaal alleen • all/completely aloneeen kamer voor hem alleen • a room (all) to himselfik alleen wens u te spreken • I'm the only one who wants to talk to youalleen in het weekeinde geopend • only open at weekendsII 〈 bijwoord〉♦voorbeelden:de gedachte alleen al • the mere/very thoughtzijn toezegging alleen al was genoeg • his promise was enough in itselfalleen al hierom • if only because of thisik wilde u alleen maar even spreken • I just wanted to talk to youal was het alleen maar om/omdat • if only for (the fact that)alleen maar aan zichzelf denken • only think of oneselfniet alleen … maar ook • not only … but also2 alleen al het feit dat … • the very/mere fact that … -
3 piekfijn
♦voorbeelden:ze zag er piekfijn uit • she was dressed to kill -
4 eenzaam
1 [alleen] 〈bijvoeglijk naamwoord; uit vrije wil〉 solitaire ⇒ 〈 niet vrijwillig〉 seul 〈 bijwoord〉 solitairement♦voorbeelden:zich eenzaam voelen • se sentir seuleenzame wegen • routes désertes -
5 uitsluitend
-
6 opportunistisch
♦voorbeelden:Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > opportunistisch
-
7 overvriendelijk
♦voorbeelden:Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > overvriendelijk
-
8 sprookjesachtig
♦voorbeelden:de grachten waren sprookjesachtig verlicht • the canals were romantically illuminatedVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > sprookjesachtig
-
9 vluchtig
1 [licht en vlug] 〈 kort〉 brief ⇒ 〈 pejoratief〉 cursory, 〈 vlug〉 quick, 〈 vlug〉 fast, 〈 terloops〉 casual♦voorbeelden:vluchtige kennismaking • casual acquaintanceiets vluchtig doorlezen • glance (rapidly) over/through something, skim through something, scan something3 een vluchtig bezoekje • a flying/brief visit -
10 rijk
rijk1〈 het〉3 [landelijke overheid] Etat4 [figuurlijk][kring, ruimte waarover iemand macht uitoefent] royaume♦voorbeelden:een voormalig koloniaal rijk • un ancien empire colonialhet rijk der hemelen • le royaume des cieuxhet Heilige Roomse Rijk • le Saint Empire Romain germaniquehet Derde Rijk • le troisième Reich5 iets naar het rijk der fabelen verwijzen • considérer qc. comme pur produit de l'imaginationhet rijk der kleuren • le monde des couleursdat behoort tot het rijk der mogelijkheden • c'est du domaine du possibleiemand het rijk alleen laten • laisser le champ libre à qn.zijn rijk zal niet lang duren • son règne ne durera pas longtemps————————rijk2♦voorbeelden:een zeer rijk leven • une vie opulenteeen rijke taal • une langue richestinkend rijk zijn • être pourri de frichet gaat er rijk toe • tout y est cherde natuur heeft hem rijk bedeeld • la nature l'a pourvu de tous les donshij is slapende rijk geworden • la fortune lui est venue en dormantde mogelijkheden die de taal rijk is • les ressources d'une languedat huis is rijk gemeubileerd • cette maison est richement meubléerijk worden • faire fortunerijk aan ervaring zijn • être riche d'expériencesdit land is rijk aan grote schrijvers • ce pays abonde en grands écrivainseen rijke • un(e) riche→ link=kwijt kwijtiets rijk zijn • 〈 bezitten〉 posséder qc. -
11 zuiver
1 [puur] pure3 [schoon] clean♦voorbeelden:II 〈 bijwoord〉♦voorbeelden:1 [correct] correct, true ⇒ accurate♦voorbeelden:een zuiver schot • an accurate shotzuiver redeneren • argue soundlyzuiver zingen/spelen • sing/play in tunezuiver in de leer • sound in the faith/doctrine -
12 puntig
♦voorbeelden:4 iets puntig formuleren • formuler qc. avec sagacité -
13 zuiver
2 [correct] 〈 bijvoeglijk naamwoord〉 correct ⇒ 〈 muziek〉 juste 〈 bijwoord〉 correctement ⇒ 〈 niet vals〉 juste♦voorbeelden:dat is zuiver toeval • c'est un pur hasardvan zuiver wol • en pure lainezuiver en alleen • purement et simplementde zuivere leer • l'orthodoxiezuiver Nederlands • du néerlandais pureen zuiver schot • un tir préciszuiver zingen • chanter juste3 iets zuiver maken • nettoyer qc. -
14 eeuwig
3 [telkens weer, steeds] 〈bijvoeglijk naamwoord; alleen voor zelfstandig naamwoord〉 éternel; 〈 bijwoord〉 perpétuellement♦voorbeelden:voor eeuwig • pour toujours→ link=zonde zondemet zijn eeuwige sigaret in zijn mond • son éternelle cigarette à la boucheeeuwig en altijd • sempiternellement -
15 uiterlijk
uiterlijk1〈 het〉2 [schijn] apparence(s)♦voorbeelden:door zijn uiterlijk imponeren • avoir de la prestanceiemand op zijn uiterlijk beoordelen • juger qn. sur sa minehij is knap van uiterlijk • il est bien (fait) de sa personne————————uiterlijk2♦voorbeelden:1 de uiterlijke gedaante van iets • l'aspect extérieur de qc.op de uiterlijke schijn afgaan • juger sur les apparencesuiterlijk scheen hij kalm • il donnait l'impression d'être calmezij is alleen uiterlijk vroom • sa piété n'est qu'une façade -
16 karig
♦voorbeelden:karig zijn met complimenten • être avare de complimentskarig zijn met woorden • être chiche de ses paroles -
17 vals
2 [ongegrond] false♦voorbeelden:vals zingen • sing out of tune/off keyiemand vals aankijken • give someone a mean/nasty lookII 〈 bijvoeglijk naamwoord〉4 [onwaar] false♦voorbeelden:een valse Vermeer • a forged/fake Vermeer -
18 zielig
1 [beklagenswaardig] 〈 bijvoeglijk naamwoord〉 malheureux 〈v.: malheureuse〉; 〈 bijwoord〉 misérablement♦voorbeelden:een zielige vertoning • un spectacle désolant't is zielig • cela fait pitiéer zielig uitzien • faire pitiéik vind hem echt zielig • je trouve qu'il est à plaindrehij zit er zo zielig alleen! • le pauvre, il est tout seul!doe toch niet altijd zo zielig! • ne sois pas si mesquin! -
19 dialectisch
2 [discussievaardig] dialectic♦voorbeelden:dialectische theologie • dialectical theologyII 〈 bijvoeglijk naamwoord, bijwoord〉♦voorbeelden: -
20 gezond
2 [heilzaam] healthy♦voorbeelden:een gezonde geest in een gezond lichaam • a sound mind in a sound bodyeen gezonde kleur hebben • have a healthy/rosy complexiongezond blijven • keep fit, stay healthyhij is niet gezond • he is not healthy/wellzo gezond als een vis • as fit as a fiddleeen gezonde slaap • a good/refreshing sleepeen gezonde kijk hebben op • have sound ideas aboutgezond verstand • common senseII 〈 bijvoeglijk naamwoord〉2 [kloek, stevig] robust♦voorbeelden:gezond van lijf en leden • able-bodied, sound in life and limb
Перевод: с нидерландского на все языки
со всех языков на нидерландский- Со всех языков на:
- Нидерландский
- С нидерландского на:
- Все языки
- Английский
- Французский
alleen bijvoeglijk naamwoord
Страницы