-
1 alleen
♦voorbeelden:1 vrouw/man alleen • single man/womanhij is graag alleen • he likes to be alone/by himselfhet alleen klaarspelen • manage it alone/on one's ownalleen staan • be on one's ownhelemaal alleen • all/completely aloneeen kamer voor hem alleen • a room (all) to himselfik alleen wens u te spreken • I'm the only one who wants to talk to youalleen in het weekeinde geopend • only open at weekendsII 〈 bijwoord〉♦voorbeelden:de gedachte alleen al • the mere/very thoughtzijn toezegging alleen al was genoeg • his promise was enough in itselfalleen al hierom • if only because of thisik wilde u alleen maar even spreken • I just wanted to talk to youal was het alleen maar om/omdat • if only for (the fact that)alleen maar aan zichzelf denken • only think of oneselfniet alleen … maar ook • not only … but also2 alleen al het feit dat … • the very/mere fact that … -
2 piekfijn
♦voorbeelden:ze zag er piekfijn uit • she was dressed to kill -
3 opportunistisch
♦voorbeelden:Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > opportunistisch
-
4 overvriendelijk
♦voorbeelden:Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > overvriendelijk
-
5 sprookjesachtig
♦voorbeelden:de grachten waren sprookjesachtig verlicht • the canals were romantically illuminatedVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > sprookjesachtig
-
6 vluchtig
1 [licht en vlug] 〈 kort〉 brief ⇒ 〈 pejoratief〉 cursory, 〈 vlug〉 quick, 〈 vlug〉 fast, 〈 terloops〉 casual♦voorbeelden:vluchtige kennismaking • casual acquaintanceiets vluchtig doorlezen • glance (rapidly) over/through something, skim through something, scan something3 een vluchtig bezoekje • a flying/brief visit -
7 zuiver
1 [puur] pure3 [schoon] clean♦voorbeelden:II 〈 bijwoord〉♦voorbeelden:1 [correct] correct, true ⇒ accurate♦voorbeelden:een zuiver schot • an accurate shotzuiver redeneren • argue soundlyzuiver zingen/spelen • sing/play in tunezuiver in de leer • sound in the faith/doctrine -
8 vals
2 [ongegrond] false♦voorbeelden:vals zingen • sing out of tune/off keyiemand vals aankijken • give someone a mean/nasty lookII 〈 bijvoeglijk naamwoord〉4 [onwaar] false♦voorbeelden:een valse Vermeer • a forged/fake Vermeer -
9 dialectisch
2 [discussievaardig] dialectic♦voorbeelden:dialectische theologie • dialectical theologyII 〈 bijvoeglijk naamwoord, bijwoord〉♦voorbeelden: -
10 gezond
2 [heilzaam] healthy♦voorbeelden:een gezonde geest in een gezond lichaam • a sound mind in a sound bodyeen gezonde kleur hebben • have a healthy/rosy complexiongezond blijven • keep fit, stay healthyhij is niet gezond • he is not healthy/wellzo gezond als een vis • as fit as a fiddleeen gezonde slaap • a good/refreshing sleepeen gezonde kijk hebben op • have sound ideas aboutgezond verstand • common senseII 〈 bijvoeglijk naamwoord〉2 [kloek, stevig] robust♦voorbeelden:gezond van lijf en leden • able-bodied, sound in life and limb -
11 nodig
1 [noodzakelijk] necessary, needful♦voorbeelden:de nodige maatregelen treffen • take the necessary measures/stepshij besteedde de nodige zorg aan • he took proper care over/ofwij nemen alleen het hoogst nodige mee • we'll only take what is absolutely necessaryhet nodig achten • see fit tohij had al zijn gezag nodig om • it required all his authority tozij hadden al hun tijd nodig • they had no time to waste/spare〈 ironisch〉 als ik je nodig heb, zal ik je roepen • when I need your advice/help, I'll ask for itik heb uw diensten niet langer nodig • I have no further use for your servicesiets nodig hebben • need/require somethingis het nu echt nodig dat je het achterlaat? • do you really have to leave it behind?ik blijf er niet langer dan absoluut nodig is • I won't stay (any) longer than necessaryer is moed voor nodig om • it takes courage tonodig maken • necessitate, call forde garage moet nodig hersteld worden • that garage badly wants/needs repairingdat is hard/dringend nodig • that is badly needed, that is vitalzo/waar nodig • if need be, if necessaryII 〈 bijwoord〉1 [dringend] necessarily, needfully ⇒ urgently2 [ironisch] 〈zie voorbeelden 2〉♦voorbeelden:hij moest zo nodig een auto kopen • he insisted on buying a carjij moet hem nodig zeggen dat hij te laat komt • you're the last person to tell him that he's late♦voorbeelden:1 dat brengt de nodige rompslomp met zich mee • that/it involves the usual rigmarolehij heeft het nodige op • he's had a drop too much -
12 puur
1 [onvermengd; ongerept] pure♦voorbeelden:puur goud • solid goldpuur natuur • unadulterated natureeen whisky puur graag • a straight whisky, pleaseII 〈 bijvoeglijk naamwoord, bijwoord〉♦voorbeelden:1 pure nonsens • pure/utter nonsensehet was puur toeval • it was pure chanceze deed het puur om hem te plagen • she did it purely to tease himdat is puur liefhebberij • that's purely a hobby -
13 enkel
enkel1〈de〉1 ankle♦voorbeelden:tot de enkels in de modder • ankle-deep in mud————————enkel21 [niet dubbel/samengesteld] single♦voorbeelden:een stof van enkele breedte • a single-width material/clotheen kaartje enkele reis • single (ticket)enkele rozen • single roseseen enkel slot • a single lockeen enkel spoor • a single trackII 〈 bijwoord〉1 [niet dubbel] singly2 [alleen] only, just♦voorbeelden:ik kon enkel medelijden hebben met haar • I could only feel sorry for herhij doet het enkel voor zijn plezier • he only does it for funik doe het enkel en alleen om jou • I'm doing it simply and solely for you————————enkel31 [niet meer dan één] sole, solitary ⇒ single2 [een klein aantal] a few3 [meervoud] [enige] a few♦voorbeelden:1 in één enkele klap • at one blow, at one fell swoopeen enkele eenzame toeschouwer • a single solitary spectatorer is geen enkel gevaar • there is not the slightest dangergeen enkele kans hebben • have no chance at allop geen enkele manier • (in) no wayin geen enkel opzicht • in no respectvan geen enkel belang • of no importance at alleen enkele keer zie ik hem wel eens • I do see him occasionallyenkele opmerkingen maken • make a few remarks -
14 aluminium
-
15 zat
2 [moe, beu] fed up3 [verzadigd] full (up)♦voorbeelden:oud en der dagen zat • old and weary of life♦voorbeelden:1 zij hebben geld zat • they have plenty/oodles of moneytijd zat • time to spare/plenty of time -
16 zoek
zoek1♦voorbeelden:op zoek naar het geluk • in pursuit of happinessde inbrekers snuffelden in het huis rond op zoek naar geld • the burglars prowled around the house for money————————zoek21 [kwijt] missing, gone2 [afwezig] missing♦voorbeelden:1 mijn hoed is zoek • my hat is gone/missingzoek raken • get lost -
17 afzonderlijk
2 [niet gezamenlijk gedaan/geuit] private♦voorbeelden:1 de keuze wordt aan ieder afzonderlijk kind overgelaten • the choice is left to each individual childII 〈 bijwoord〉♦voorbeelden:1 (met) iemand afzonderlijk spreken • speak to someone individually/privatelyde kleintjes zitten afzonderlijk • the little ones are sitting apart/on their own -
18 anders
I 〈 bijwoord〉2 [op andere tijden] normally3 [in andere omstandigheden] otherwise♦voorbeelden:ik denk er anders over dan zij • I disagree with her thereanders gezegd, … • in other words …het is (met mij) anders gegaan dan ik dacht • things turned out differently than I had expectedhet kan niet anders dan dat ze ziek is • she must be illik kan niet anders zeggen dan … • all I can say is …in jouw geval liggen de zaken anders • in your case things are different(zo is het) en niet anders • that's the way it iswe doen het zo en niet anders • we'll do it this way and no otherde zakenman, anders dan de werknemer, moet aan winst denken • the businessman, unlike the employee, has to consider the profits2 anders zit ik nu aan mijn bureau • normally, I'd be sitting at my desk nownet als anders • the same as everniet meer zo vaak als anders • less often than usual4 waarom zou hij anders zo koppig zijn? • why else should he be so stubborn?verwacht je regen? daar ziet het anders niet naar uit • do you expect rain? it doesn't look like it, though6 wat kon ik anders (doen) (dan …)? • what else could I do (but …)anders niets? 〈 bijvoorbeeld in winkel〉 • will that be all?ga nergens anders heen! • don't go anywhere elseII 〈bijvoeglijk naamwoord; alleen predicatief〉♦voorbeelden:1 iemand/niemand/niets/iets/wat anders • somebody/nobody/nothing/something elsemooi is anders • it is not what I'd call beautifulnog iets anders? • anything else?over iets anders beginnen (te praten) • change the subjecter zit niets anders op dan … • there is nothing for it but to …dat is heel wat anders/iets heel anders • that's quite a different matterhet is (nu eenmaal) niet anders • that's (just) the way it ishet is belachelijk maar het is niet anders • it's ridiculous but there it ishet kan niet anders dan goed zijn • it can only be rightniemand anders dan hij • no one but him -
19 bankroet
bankroet1〈 het〉♦voorbeelden:frauduleus bankroet • fraudulent bankruptcyhij heeft onze firma naar het bankroet gevoerd • he has bankrupted our firm————————bankroet2〈bijvoeglijk naamwoord; alleen predicatief〉♦voorbeelden: -
20 best
best1〈 het〉♦voorbeelden:zijn uiterste best doen • try as hard as one canop zijn best • at besthij is op zijn best • he is at his bestze is op haar best (gekleed) • she looks her bestten beste keren • turn to advantageeen mening ten beste geven • volunteer an opinion————————best2♦voorbeelden:beste maatjes zijn met • be very thick withje bent een bovenste beste • you're fantasticPeter ziet er niet al te best uit • Peter is looking the worse for wearzij kwam als de beste uit de bus • she came out bestdat kan de beste overkomen • that can happen to the best of ushij kan koken als de beste • he can cook like the best of themop een na de beste • the second bestop twee na de beste • the third besthet beste van iets hopen • hope for the besthet beste van iets maken • make the best of somethinghet beste ermee! • good luck!; 〈 bij ziekte ook〉 best wishes!zo is het maar het beste • it's better like thiszij is er relatief het beste aan toe • compared to the others, she has the best of itik wil alleen het beste van het beste • only the best is good enough for mede eerste, de beste die nu nog z'n mond opendoet, krijgt een dreun • the first person to open his mouth is in for ithij overnacht niet in het eerste het beste hotel • he doesn't stay at just any (old) hotelII 〈 bijwoord〉1 [overtreffende trap van ‘goed’] best2 [uitstekend] fine3 [om ontkenning tegen te spreken; stellige overtuiging] sure4 [afzwakking] quite5 [erkenning] really♦voorbeelden:jij kent hem het beste • you know him bestik kan me dat best voorstellen • I can very well imagine thatkomt hij niet? best! • he's not coming? fine!wil je niet? mij best! • not interested? it's your choice!/if that's the way you want it!het zal best lukken • it's going to work out all righthet is eigenlijk best wel een goede film • actually quite a reasonable filmdat zou best kunnen • that's quite possibleze zou best willen … • she wouldn't mind …
- 1
- 2