-
1 afzakken
1 [afglijden] glisser2 [stroomafwaarts drijven] descendre3 [slechter worden] baisser4 [komen naar] descendre (vers)5 [langzaam wegtrekken] s'éloigner♦voorbeelden:zich laten afzakken • se laisser glisserde smeltende sneeuw zakte langs het dak af • la neige fondue glissa le long du toit -
2 afzakken
1 [afglijden] come down ⇒ slip/slide down2 [stroomafwaarts drijven] drift down3 [slechter worden] fall back ⇒ slip/sink downwards♦voorbeelden: -
3 afzakken
оползти; сползти, спуститься; опуститься; (о)слабеть; сползать; соскальзывать; стекать; скатываться; плыть; уплывать; спускаться; уходить; расходиться* * *гл.общ. плыть, сползать, спускаться, стекать, уходить, расходиться, скатываться, соскальзывать, уплывать (по течению) -
4 afzakken
v. slip down, sink, slide -
5 afzakken met/voor de stroom
afzakken met/voor de stroomVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > afzakken met/voor de stroom
-
6 een rivier afzakken
een rivier afzakken -
7 zich laten afzakken
zich laten afzakken -
8 de rivier afzakken
den Fluss hinabfahren -
9 naar lijzijde afzakken
v. go leeward -
10 плыть
-
11 расходиться
vgener. losgaan, opbreken (о собрании и т.п.), uiteenlopen, uiteenlopen (во мнениях), afzakken, elkaar kruisen, scheiden, uiteengaan, van elkaar afraken -
12 скатываться
vgener. afrollen, ballen (в шарик, в комок), ontrollen, oprollen, afglijden, afwentelen, afzakken -
13 соскальзывать
vgener. afglijden, afschieten, afglippen, afschampen, afzakken, neerglijden, slibberen -
14 сползать
vgener. afschuiven, afzakken, afkruipen, verschuiven -
15 спускаться
vgener. afdalen, aftreden, aftrekken, afwandelen, afzakken, dalen, neerstrijken, zakken, afgaan, afhellen, afklimmen, aflopen, afstijgen, afstromen, afzijgen, ladderen (о петлях на чулках), naar beneden komen, neerdalen, neergaan, neerkomen, zich laten zakken, zinken -
16 стекать
vgener. aflopen, afstromen, afvloeien, afzakken, neerstromen, neervloeien, vervloeien -
17 уплывать
vgener. voortvaren, afzakken (по течению), wegzwemmen -
18 уходить
v1) gener. afgaan, afstappen (van-îò, èç), afwandelen, afzakken, heengaan, ontgaan, opgaan (во что-л.), opstappen, vertrekken, weggaan, wegkomen, uitroeien (на весельной лодке), aftrekken, gaan, heenlopen, ontsnappen, uittrekken (из города и т.п.), wegtrekken2) liter. inpakken3) milit. inrukken -
19 glijden
♦voorbeelden:de slee gleed over het ijs • the sleigh was gliding over the icezijn hand gleed over de balustrade • he passed his hand over the banistershet boek was uit haar handen gegleden • the book had slipped from her handsde mantel gleed van haar schouders • the cloak slipped off her shoulderszich van de trap laten glijden • slide downstairs
См. также в других словарях:
afzakken — saka … Woordenlijst Sranan
afzakken van de rivier — dongo bilo … Woordenlijst Sranan
absacken — absackenintr 1.unterderWasseroberflächeverschwinden;versinken.StammtausderndlSeemannssprache:afzakken=untergehen(wieeinineinenSegeltuchsackeingenähterLeichnam);⇨abrutschen4.14.Jh. 2.inein»Luftloch«geraten.Fliegerspr.1914/18ff.… … Wörterbuch der deutschen Umgangssprache