-
1 come down
naar beneden gaan, afdalencome down1 neerkomen ⇒ naar beneden komen, (neer)vallen3 afzakken, aan lager wal geraken6 overkomen♦voorbeelden:come down in the world • aan lager wal geraken4 this song has come down to us from the 14th century • dit lied is ons overgeleverd uit de 14e eeuw¶ come down in favour of/on the side of • zich uitspreken voor/ten gunste van -
2 descend
v. afdalen; afstammen[ dissend] 〈 voornamelijk formeel〉1 (af)dalen ⇒ naar beneden gaan/komen, neerkomen♦voorbeelden:descend upon a village • een dorp binnenvallenII 〈 overgankelijk werkwoord〉 -
3 go down to the country
go down to the country———————— -
4 go down
verdrinken, zinken, wegzakkengo down1 naar beneden gaan/leiden5 〈 benaming voor〉 afnemen ⇒ gaan liggen 〈 van wind〉; uitdoven 〈 van vuur〉; minderen 〈 van hoeveelheid〉; sen, zakken 〈 van gezwel〉7 vervallen ⇒ verslechteren, verpauperen♦voorbeelden:go down to the sea • naar zee gaango down to • verslagen worden doorgo down with measles • de mazelen krijgengo down with • in de smaak vallen bij, gehoor vinden bijII 〈werkwoord + voorzetsel〉———————— -
5 lapse
n. vergissing; struikeling; eruit geflapt; uitwijking; tijdperk; kwijnen, langzaam achteruit gaan; verlopen--------v. achteruit gaan; afzakken; zinken; aflopen; verlopen; verdwijnen; wegkwijnenlapse1[ læps] 〈 zelfstandig naamwoord〉1 kleine vergissing ⇒ abuis, fout(je)2 misstap ⇒ (af)dwaling, vergrijp————————lapse2〈 werkwoord〉1 aflaten ⇒ verslappen, versagen2 (gaandeweg) verdwijnen ⇒ achteruitgaan, afnemen3 vervallen ⇒ terugvallen, afglijden♦voorbeelden: -
6 sag
n. verzakking, doorbuiging; daling--------v. verzakken, doorzakken, doorbuigensag1[ sæg] 〈 zelfstandig naamwoord〉1 verzakking ⇒ doorzakking, doorbuiging————————sag2〈werkwoord; sagged〉3 oninteressant/saai worden ⇒ minder worden, afzakken♦voorbeelden:1 these trousers sag at the knees • er staan/zitten knieën in deze broek -
7 tootle down to
tootle down to -
8 tootle
tootle1[ toe:tl] 〈 zelfstandig naamwoord〉1 getoeter————————tootle2♦voorbeelden:tootle around • rondtoeren/karrentootle down to • afzakken naarII 〈 overgankelijk werkwoord〉♦voorbeelden:
См. также в других словарях:
afzakken — saka … Woordenlijst Sranan
afzakken van de rivier — dongo bilo … Woordenlijst Sranan
absacken — absackenintr 1.unterderWasseroberflächeverschwinden;versinken.StammtausderndlSeemannssprache:afzakken=untergehen(wieeinineinenSegeltuchsackeingenähterLeichnam);⇨abrutschen4.14.Jh. 2.inein»Luftloch«geraten.Fliegerspr.1914/18ff.… … Wörterbuch der deutschen Umgangssprache