-
1 Track While Scan
aftasten tijdens zoeken -
2 to feel
aftastenvoelen -
3 to probe
aftastensonderen -
4 to scan
aftastendoorzoekenscannenschrijven -
5 to sense
aftastenregistrerenvoelen -
6 to trace
aftastennagaannaspeurenopsporenschrijvenvolgen -
7 to track
aftastenslepenvolgen -
8 balayer
balayer [baaleejee]〈 werkwoord〉1 bezemen ⇒ aan-, op-, uit-, wegvegen2 gaan over, langs ⇒ slepen, strijken langs, aftasten3 verjagen ⇒ verdrijven, wegvagen, uit de weg ruimen♦voorbeelden:vent qui balaie la plaine • wind die over de vlakte jaagtv1) (aan-, op-, schoon-, weg)vegen2) aftasten, scannen3) gaan (over, langs), strijken (langs) -
9 scan
n. uitkammen, doorzoeken; kartering, nauwkeurig onderzoeken ( een medisch onderzoek dat wordt uitgevoerd met een medisch apparaat-computer scan); onderzoekende blik--------v. nauwkeurig onderzoeken (met een CT of CAT scan, computerized tomography)); uitkammen; in een blik bekijken; onderzoeken, nagaanscan1[ skæn] 〈 zelfstandig naamwoord〉————————scan2〈 scanned〉II 〈 overgankelijk werkwoord〉2 nauwkeurig onderzoeken ⇒ afspeuren/zoeken3 snel, vluchtig doorlezen -
10 balayage
-
11 tâter
tâter [taatee]1 kennismaken (met) ⇒ (uit)proberen, ondervinden♦voorbeelden:1 y tâter • iets proberen, iets af en toe doen, er verstand van hebbentâter de la prison • (in de gevangenis) zittenII 〈 overgankelijk werkwoord〉2 verkennen ⇒ aftasten, polsen♦voorbeelden:1 zich bezinnen ⇒ bij zichzelf overleggen, aarzelen -
12 нащупать почву
vliter. aftasten -
13 ощупать
vgener. aftasten -
14 ощущать, чувствовать
vphras. aftastenRussisch-Nederlands Universal Dictionary > ощущать, чувствовать
-
15 прозондировать
vliter. aftasten -
16 sweep
n. beurt, opruiming; veger, stoffer; zwaai, slag, draai, bocht; schoorsteen/ straatveger--------v. vegen; opvegen; voeren; schrijdensweep1[ swie:p]2 veger ⇒ bezem, stoffer4 veeg ⇒ haal (met een borstel), streek5 zwaai ⇒ slag, houw, riemslag; zwier, draai, bocht6 〈 benaming voor〉gebogen traject/lijn♦voorbeelden:make a clean sweep • schoon schip maken5 sweep of the eye • oogopslag, blikwide sweep • wijde draai/bochtmake a sweep • een bocht maken, draaienat one/a sweep • in één klap¶ sweep of mountain country • stuk bergland, berglandschapclean sweep • verpletterende overwinning3 beweging ⇒ stroom, golving♦voorbeelden:beyond/within the sweep of • buiten/binnen het bereik van————————sweep21 zich (snel) (voort)bewegen ⇒ spoeden, vliegen♦voorbeelden:sweep by/past • voorbijschietensweep down on • aanvallensweep on • voortijlensweep round • zich (met een zwaai) omdraaiensweep from/out of the room • de kamer uit stuivensweep into power • aan de macht komena wave swept over the ship • een golf sloeg over het schip1 vegen ⇒ aan/af/op/wegvegen2 (laten) slepen ⇒ slepen over, strijken langs/over♦voorbeelden:sweep the house clean/clear of dirt • het huis schoonvegen〈 figuurlijk〉 sweep the seas • de zeeën schoonvegen/zuiveren van piratensweep the dirt away • het vuil wegvegensweep up • aan/uitvegen, bijeenvegen2 mee/wegsleuren ⇒ meevoeren, afrukken3 doorkruisen ⇒ teisteren, razen over4 afzoeken ⇒ aftasten, afvissen♦voorbeelden:sweep someone a bow/curtsey • statig buigen voor iemand2 sweep along • meesleuren/slepenbe swept off one's feet • omvergelopen worden; 〈 figuurlijk〉 overdonderd worden; versteld staan, hals over kop verliefd wordenbe swept out to sea • in zee gesleurd wordena new fashion sweeping America • een nieuwe mode die Amerika verovert -
17 groping
n. het aftasten, het nasporen -
18 terrain
terrain [terrẽ]〈m.〉1 terrein ⇒ stuk grond, land, grond2 terrein ⇒ veld, baan4 terrein ⇒ grond, bodem♦voorbeelden:terrain vague • onbebouwd, braakliggend terreinterrain à bâtir • bouwgrond, -terrein2 terrain de jeu • speelterrein, -veldterrain brûlant • gevoelig onderwerp, heet hangijzerterrain glissant • gevaarlijk terrein, glad ijsse faire battre sur son terrain • op eigen terrein, (vak)gebied het onderspit delven, een thuiswedstrijd verliezendisputer le terrain pied à pied, disputer le terrain à qn. • zich met hand en tand verdedigen, geen duimbreed wijkenêtre sur son terrain • op bekend terrein zijngagner, perdre du terrain • 〈 ook figuurlijk〉terrein, veld winnen, verliezenménager le terrain • behoedzaam, diplomatiek te werk gaanreconnaître, sonder, tâter le terrain • het terrein verkennen, aftastendes voitures tout terrain, tous terrains • terreinvoertuigenm1) terrein2) baan, veld3) grond, bodem4) aardlaag -
19 tâter le terrain
tâter le terrain -
20 reconnaître, sonder, tâter le terrain
reconnaître, sonder, tâter le terrainhet terrein verkennen, aftastenDictionnaire français-néerlandais > reconnaître, sonder, tâter le terrain
Страницы
- 1
- 2