-
21 een dodelijk ongeluk/ongeval met dodelijke afloop
een dodelijk ongeluk/ongeval met dodelijke afloopVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > een dodelijk ongeluk/ongeval met dodelijke afloop
-
22 een fatale afloop krijgen
een fatale afloop krijgenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > een fatale afloop krijgen
-
23 een gunstige afloop weten te bewerken
een gunstige afloop weten te bewerkenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > een gunstige afloop weten te bewerken
-
24 een noodlottige afloop hebben
een noodlottige afloop hebbenend fatally/in deathVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > een noodlottige afloop hebben
-
25 een treurige afloop
een treurige afloopa sad/unhappy end(ing)Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > een treurige afloop
-
26 een verkeersongeval met dodelijke afloop
een verkeersongeval met dodelijke afloopVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > een verkeersongeval met dodelijke afloop
-
27 het percentage ongevallen met dodelijke afloop
het percentage ongevallen met dodelijke afloopVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > het percentage ongevallen met dodelijke afloop
-
28 na afloop van de voorstelling
na afloop van de voorstellingVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > na afloop van de voorstelling
-
29 niet veel hoop hebben op een geslaagde afloop
niet veel hoop hebben op een geslaagde afloophave little hope/not be very hopeful of successVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > niet veel hoop hebben op een geslaagde afloop
-
30 ongeluk met dodelijke afloop
ongeluk met dodelijke afloopVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > ongeluk met dodelijke afloop
-
31 op de afloop daarvan kun je vergif nemen
op de afloop daarvan kun je vergif nemenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > op de afloop daarvan kun je vergif nemen
-
32 voldaan over de afloop
voldaan over de afloopVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > voldaan over de afloop
-
33 na afloop
prep. after the lapse of, at the finish -
34 окончание
-
35 ommekomst
прил.общ. окончание (ñèí. - afloop, verstrijking), завершение, истечение, конец, прошествие -
36 истечение
ngener. ommekomst, afloop, verloop -
37 исход
-
38 конец
n1) gener. ommekomst, eind, einde, end, slip, uiteinde, uitgang, voet (письма), afloop, rest, slot, uiterste3) saying. âñå õîðîêî, ÷òî õîðîêî êîí÷àåòñà - eind goed - al goed -
39 прошествие
ngener. ommekomst, verloop, afloop -
40 развязка
ngener. naspel, nastuk, afloop, ontknoping, uitgang
См. также в других словарях:
Шемакер — (Antonius Hendricus Schoemaker) голландский врач (1834 1885). Главнейшие из его работ: Waarneming eener breuk van het schaambeen ( Nederl. Tijdschr. v. Geneesk , 1862); Sectio caesarea met gunstigen afloop (ib., 1866); Resectie van een gedeelte… … Энциклопедический словарь Ф.А. Брокгауза и И.А. Ефрона
Abe Lenstra — (1955) Abe Lenstra ([ ɑ:bə lɛnstɾa], * 27. November 1920 in Heerenveen; † 2. September 1985 ebenda) war ein niederländischer Fußballspieler. Er spielte seit de … Deutsch Wikipedia
Fourth Balkenende cabinet — Netherlands This article is part of the series: Politics and government of the Netherlands … Wikipedia
Список министров иностранных дел Индонезии — Ниже представлен Список министров иностранных дел Индонезии. Условные обозначения[1]: Беспартийный Сарекат Ислам … Википедия