-
1 afgeven
deponé, depositáDicionário Português-Holandês e Holandês-Português > afgeven
-
2 сдавать
afgeven, afleveren ; overgeven -
3 сдать
afgeven, afleveren ; overgeven -
4 deponé
afgeven [v], deponeren [v], in bewaring geven [v], inleggen -
5 depositá
afgeven [v], deponeren [v], in bewaring geven [v], inleggenDicionário Português-Holandês e Holandês-Português > depositá
-
6 to come off
afgevenloslatenlossen -
7 to deliver
afgevenafleverenleverenuitleveren -
8 to dissipate
afgevenafleidenafvoerendissiperenuitstralenverliezenverspillenvervliegen -
9 to emit
afgevenemitterenuitstralenuitzendenverspreiden -
10 to exude
afgevenuitslaanuitzwetenzweten -
11 to smudge
afgevensmeuren -
12 deponé
afgeven [v], deponeren [v], in bewaring geven [v], inleggen -
13 depositá
afgeven [v], deponeren [v], in bewaring geven [v], inleggen -
14 abgeben
abgeben4 afstaan, overlaten6 uitbrengen, uitspreken♦voorbeelden:einen schönen Rahmen abgeben • een mooi kader vormen1 zich afgeven, zich inlaten met -
15 ausstellen
ausstellen3 afgeven, uitreiken♦voorbeelden:eine Quittung ausstellen • een kwitantie uitschrijveneine Urkunde ausstellen • een akte opmaken, verlijdenein Zeugnis ausstellen • een getuigschrift afgeven5 ein leicht ausgestellter Rock • een licht gerende, klokkende rok -
16 emit
-
17 pick on
vitten/afgeven oppick onvitten/afgeven op -
18 déclamer
déclamer [deeklaamee]II 〈 overgankelijk werkwoord〉1 declameren ⇒ voordragen, reciterenv1) afgeven (op)2) oreren3) voordragen -
19 dénigrer
dénigrer [deeniegree]〈 werkwoord〉1 denigreren ⇒ afkammen, afgeven opvdenigreren, afgeven (op), belasteren -
20 herausgeben
herausgeben1 aanreiken, -geven 〈 van binnen naar buiten〉2 teruggeven ⇒ afgeven, uitleveren3 teruggeven, -betalen♦voorbeelden:den Schlüssel herausgeben • de sleutel afgeven
Перевод: со всех языков на нидерландский
с нидерландского на все языки- С нидерландского на:
- Все языки
- Со всех языков на:
- Все языки
- Английский
- Датский
- Немецкий
- Нидерландский
- Пенджабский
- Русский
- Французский
- Шведский